Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula fontiqueriana
Pinguicula fontiqueriana
Het is gemakkelijk te vergeten dat het areaal van de vetbladen niet bij de Middellandse Zee ophoudt. In het Marokkaanse bergland staat Pinguicula fontiqueriana, de enige soort in deze groep die op het Afrikaanse continent groeit, en een van de weinige Noord-Afrikaanse vleesetende planten die in een gids thuishoort.

Herkenning
Een rozet van geelgroene, langwerpige bladeren met een dicht klierdek dat glinstert en vettig aanvoelt; de bladrand is naar boven omgekruld en op een steile wand staan de bladeren schuin. Uit het hart komen kale bloemstelen met elk één tweelippige bloem, met een tweelobbige bovenlip, een drielobbige onderlip met een tekening in de keel en achteraan een spoor. Betrouwbare maten voor plant, kroon en spoor en een precieze bloemkleur konden voor deze gids niet in een toetsbare bron worden gevonden en zijn daarom niet opgegeven; de soort is in de jaren negentig beschreven en de oorspronkelijke publicatie was tijdens het samenstellen niet vrij raadpleegbaar.
Gelijkende soorten
In Marokko is er geen tweede vetblad, dus verwarring met een andere soort is er niet: een rozet met kleverige, glanzende bladeren op een natte rotswand in het Marokkaanse bergland is deze plant. De vergelijking die ertoe doet is die met de Iberische rotsvetbladen aan de overkant van de Straat van Gibraltar — soorten als P. vallisneriifolia en de nieuw beschreven Andalusische taxa — die op vergelijkbare druipende kalkwanden staan en waarmee de Marokkaanse populaties een gemeenschappelijke geschiedenis delen van vóór het openen van de zeestraat.
De val en hoe hij werkt
Een lijmval in een klimaat dat een groot deel van het jaar vijandig is. Het blad draagt gesteelde klieren met een kleverige druppel en daartussen zittende klieren die pas verteringsenzymen afgeven als er prooi op ligt. Muggen, vliegjes en springstaarten uit de vochtige lucht langs een natte wand vormen de vangst. Na een vangst rolt de bladrand zich er langzaam overheen zodat het verteringsvocht in een ondiepe kom blijft staan en niet wegloopt. In een milieu waar het water de rots voortdurend doorspoelt en de bodem vrijwel afwezig is, is dat de enige stikstofbron.
Standplaats en ecologie
Permanent natte kalkrotsen in het Marokkaanse bergland: druipende wanden, bronmonden en de vochtige zone langs bergbeken, in beschaduwde, noordgerichte kloofgedeelten. Het omringende landschap is mediterraan tot half woestijnachtig, met lange, hete zomers, en alleen waar kalkgesteente het winterwater opneemt en gedoseerd weer afgeeft kan zo'n natte wand het jaar rond blijven bestaan. De standplaatsen zijn daardoor zeldzaam, klein en ver uit elkaar gelegen, en ze vormen refugia voor een hele reeks vochtminnende soorten.
Verspreiding en hoogte
Marokko, waar de soort een endemeet van het bergland is. Het aantal bekende vindplaatsen is klein. Voor deze gids kon niet uit een vrij raadpleegbare bron worden bevestigd om welk bergmassief het precies gaat, en het leek beter dat open te laten dan een naam te noemen die niet te toetsen valt; onze eigen soortenlijst geeft 'Marokko' en daar houden we het bij. Dat deze soort als enige van het geslacht in Noord-Afrika staat, maakt hem biogeografisch bijzonder: hij is het zuidelijke uiteinde van een groep die verder in Europa thuishoort.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. Wat de soort interessant maakt is niet variatie binnen het taxon maar zijn positie erbuiten: hij is de Afrikaanse vertegenwoordiger van een overwegend Europese groep, en daarmee een aanwijzing voor hoe het areaal er in koelere, nattere perioden uitzag, toen de vochtige milieus van Zuid-Spanje en Noord-Marokko aaneengesloten waren. Wat er van die verbinding over is, zijn enkele natte wanden aan weerszijden van de Straat van Gibraltar, elk met hun eigen soort.
Waar en wanneer te zien
Het voorjaar, wanneer het winterwater nog uit de wanden komt; in de zomer is het bergland te droog. Zoek in de beschaduwde, noordgerichte delen van de kloven, bij de bronnen en langs de bovenloop van de beken, en let op de donkere natte banen op het kalkgesteente. Kijk omhoog en gebruik een verrekijker in plaats van te klimmen. Dit is een kwetsbare soort met weinig vindplaatsen: raak niets aan, graaf niets uit, en laat een eventuele waarneming vastleggen met een foto en een grove locatieaanduiding in plaats van een precies punt.
Staat van instandhouding
De soort staat als kwetsbaar op de Rode Lijst. Dat past bij wat er bekend is: een klein aantal vindplaatsen in het Marokkaanse bergland, alle gebonden aan permanent natte kalkwanden die volledig afhangen van de afvoer van een enkele bron. De risico's in dit deel van de wereld zijn goed te benoemen: het vatten van bronnen voor drinkwater en irrigatie in een regio met toenemende waterschaarste, dalende grondwaterstanden bij langere droogtes, en begrazingsdruk en houtwinning die de beschaduwing en de vochtigheid van de kloven verminderen. CITES is niet van toepassing.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula fontiqueriana | Romo, Peris & Stübing, 1996
Beschreven door Angel Manuel Romo, Juan Bautista Peris en Gonzalo Stübing in 1996. Het typegebied ligt in Marokko, met vindplaatsen bij onder meer de Jbel Tidighine en de Jbel Lerz. De soortnaam fontiqueriana eert de Spaanse botanicus Carlos Font Quer.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.