Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes saranganiensis
Nepenthes saranganiensis
Een kannenplant die je aan de stengel herkent. Bij Nepenthes saranganiensis loopt de voet van elk blad zo ver langs de stengel naar beneden dat die tot in het volgende stengellid doorloopt, en de stengel daardoor vier vleugels krijgt. De Japanse kannenplantkenner Shigeo Kurata beschreef de soort in 2003 in het tijdschrift van de Japanse vereniging voor vleesetende planten, naar planten uit de provincie Sarangani in het uiterste zuiden van Mindanao. Ze behoort tot de alata-groep, de Filipijnse verwanten van Nepenthes alata, en is binnen die groep de enige met zulke uitgesproken gevleugelde stengels.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
De bladeren zijn lijnvormig tot spatelvormig, tot 30 cm lang en 7 cm breed, en gaan over in een gevleugelde bladsteel die tot drie centimeter breed kan zijn. De bladvoet loopt als een lint langs de stengel af, bij de bladoksels tot anderhalve centimeter breed, en geeft de stengel vier opvallende vleugels. De onderbekers zijn tot 18 cm hoog, onderaan eivormig en naar boven cilindrisch of trechtervormig, met twee vleugels tot 12 mm breed en franjes tot een centimeter lang. De bovenbekers zijn groter, tot 32 cm, met sterk teruggebrachte of onopvallende vleugels. Het peristoom is tot 11 mm breed, los cilindrisch of iets afgeplat; het deksel tot 5 cm lang. De kleuren variëren sterk: geel, groen, oranje, rood en paars, vaak gestreept of gespikkeld. Onder- en bovenbekers lijken volgens Cheek en Jebb soms sterk op elkaar.
Gelijkende soorten
Het naaste soortgelijke is Nepenthes tboli, uit hetzelfde deel van Mindanao; die heeft echter ronde stengels zonder vleugels, behaarde bladranden en middennerven, en een smal peristoom van nog geen drie millimeter. In de determinatiesleutel van Cheek en Jebb (2013) is Nepenthes saranganiensis de enige soort van de alata-groep met stengelleden die door de aflopende bladsteelvoeten gevleugeld zijn; dat ene kenmerk volstaat in de praktijk. Andere Mindanaose soorten van de groep, zoals Nepenthes mindanaoensis en Nepenthes ramos, hebben ronde stengels.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil met twee bekervormen, die bij deze soort minder uiteenlopen dan gewoonlijk. De onderbekers dragen brede, gefranjerde vleugels die kruipende dieren naar de mond leiden; de bovenbekers hangen aan de ranken en vangen vooral vliegende insecten. Het peristoom draagt ribbels tot een halve millimeter hoog en een halve millimeter uit elkaar, die bij vocht glad worden. Het deksel staat ongeveer 45 graden boven de horizontaal en draagt langs de middenlijn een dichte band van grote nectarklieren, met aan de voet een bol aanhangsel. Gerichte studies van de prooi of de verteringsvloeistof zijn niet gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Hier spreken de bronnen elkaar tegen. Cheek en Jebb (2013) beschrijven de soort als een terrestrische struik in open, struikrijk terrein op 700 tot 800 m (B5). Een andere beschrijving, die in de Nepenthaceae-behandeling van het Caryophyllales Network is overgenomen, noemt haar een strikte epifyt op bemoste takken van hoge bomen in lager bergbos, op 1800 tot 2100 m (B1). Beide beelden kunnen kloppen als de soort een brede ecologische reikwijdte heeft, maar het kan ook zijn dat er verschillende planten onder dezelfde naam zijn beschreven. Om die reden blijft het hoogteveld leeg.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op de Filipijnen, in het zuiden van Mindanao. De naam verwijst naar de provincie Sarangani; Cheek en Jebb situeren de soort in het zuiden van South Cotabato, dat aan Sarangani grenst. Deze gids geeft geen preciezere vindplaatsen. Het zuiden van Mindanao is botanisch onvoldoende onderzocht, en de verspreiding van de soort binnen dat gebied is slecht bekend.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen formeel beschreven, maar de bekerkleur varieert sterk, van geel en groen tot oranje, rood en paars, met strepen en spikkels in wisselende mate. Natuurlijke hybriden zijn niet bekend. De onduidelijkheid over leefgebied en hoogte maakt het wenselijk dat de soort opnieuw in het veld wordt onderzocht, met herbariummateriaal van beide soorten standplaatsen.
Waar en wanneer te zien
Wie in het zuiden van Mindanao kannenplanten tegenkomt, kan met één blik op de stengel beslissen: vier lintvormige vleugels langs de stengel betekenen vrijwel zeker deze soort. Kijk zowel in open struweel op middelhoogte als, met een verrekijker, in de bemoste kronen van bergbos hoger op de hellingen. Gedateerde foto's met hoogte en standplaats kunnen helpen de tegenstrijdigheid in de literatuur op te lossen. Informeer vooraf naar de veiligheidssituatie in het gebied.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. Er is weinig bekend over de omvang van de populaties. Het zuiden van Mindanao heeft sterk te lijden van ontbossing voor landbouw, en open, struikrijk terrein op middelhoogte wordt vaak omgezet in akkers of plantages. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes saranganiensis | Kurata, 2003
Nepenthes saranganiensis werd in april 2003 beschreven door Shigeo Kurata, in "A new Philippine pitcher plant, the third species having a saddle-shaped stem" (Journal of Insectivorous Plant Society 54(2): 41-44). De precieze typelocatie kon niet met zekerheid worden achterhaald; de soort is inheems in de regio Sarangani, Mindanao, Filipijnen. De naam is afgeleid van Sarangani, een gebied op Mindanao waar deze plant inheems is.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.