Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes platychila
Nepenthes platychila
Een soort van één afgelegen bergketen in het hart van Sarawak, die pas in 2002 een naam kreeg. Tijdens een wetenschappelijke expeditie naar het Hose-gebergte vond de Maleisische bioloog Ch'ien Lee er een kannenplant die in het expeditieverslag eerst als Nepenthes sp. 'B' werd aangeduid. Wat de plant bijzonder maakt, staat in de naam: platychila betekent 'met platte lip', naar het peristoom, dat bij de bovenbekers uitwaaiert tot een brede, vlakke kraag van ruim drie centimeter. Het is een van de minder bekende soorten van Borneo; het Hose-gebergte is moeilijk bereikbaar en er is sindsdien weinig over de plant gepubliceerd.

Herkenning
Een klimplant tot ongeveer vier meter, die zowel op de grond groeit als epifytisch in het mos op bomen. De stengel is rond en 5 tot 8 mm dik. De bladeren zijn leerachtig, langwerpig-elliptisch, 10 tot 18 cm lang en maar 4 tot 4,5 cm breed, donker grijsgroen, en omvatten met hun voet de stengel. De bovenbekers zijn het herkenningspunt: onderaan smal, vanaf halverwege snel wijd trechtervormig, 12 tot 16,5 cm hoog, met een plat en sterk verbreed peristoom dat tot 3,3 cm breed wordt. Het deksel is eirond tot rond, bijna 5 cm lang. De bekers zijn lichtgroen tot geelgroen met talrijke rode of paarsrode strepen, vooral op het peristoom. De onderbekers waren bij de beschrijving niet bekend, en er is sindsdien geen goede beschrijving van gepubliceerd. Het verschil tussen onder- en bovenbekers hangt samen met de groeifase: jonge planten en rozetten vormen onderbekers, en pas als de stengel gaat klimmen verschijnen bovenbekers, waarvan de rank zich vaak om een steun windt.
Gelijkende soorten
De naaste verwant volgens de beschrijver is Nepenthes fusca in de oude, ruime opvatting, een wijdverbreide epifytische soort van de Bornese bergen; die heeft trechtervormige bovenbekers met een smal, cilindrisch peristoom en een smal driehoekig deksel. Het brede, platte peristoom van N. platychila onderscheidt de soort direct. Uit het Hose-gebergte is ook Nepenthes ephippiata bekend, maar die heeft een getand peristoom en zadelvormige bladvoeten. N. platychila wordt tot het N. maxima-complex gerekend.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil waarvan het peristoom het opvallendste onderdeel is. Het peristoom van Nepenthes is een geribbelde rand met nectarklieren; met een waterfilm erop wordt het spiegelglad, zodat insecten die er nectar komen halen in de beker glijden. Een breed, plat peristoom zoals hier vergroot het oppervlak waarop een bezoeker kan landen en weer uitglijden, maar of dat de vangst van deze soort vergroot, is niet onderzocht. Onder het deksel liggen nectarklieren; onderin staat de verteringsvloeistof. Over de prooi van deze soort is niets gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Bemost bergbos en steile hellingen op zandsteen tussen ongeveer 900 en 1400 m (B1). De plant groeit epifytisch in het mos van het nevelwoud, of op de grond op steile zandsteenhellingen tussen varens van de geslachten Dicranopteris en Dipteris, die op open, verarmde grond vaak dichte tapijten vormen. Dat laatste wijst op open, zonnige plekken op arme, snel uitspoelende bodem.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Borneo en voor zover bekend beperkt tot het Hose-gebergte in de divisie Kapit, centraal Sarawak, waar de soort van enkele toppen is verzameld. Dat is kleiner dan de ruime aanduiding 'Borneo' in de eigen soortenlijst. Het gebergte is weinig onderzocht, zodat de soort ook elders in dezelfde keten zou kunnen voorkomen. Borneo is het centrum van de soortenrijkdom van het geslacht, met ruim veertig soorten, waarvan de meeste endemisch zijn en veel slechts op één berg of bergketen voorkomen.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of wilde kleurvormen beschreven. De bekers variëren in de dichtheid en kleur van de strepen, van geelgroen met weinig rood tot sterk rood gestreept. Natuurlijke hybriden zijn in de literatuur niet vastgelegd, al is kruising met andere soorten van het Hose-gebergte, zoals N. ephippiata, niet uitgesloten.
Waar en wanneer te zien
Het Hose-gebergte ligt ver in het binnenland van Sarawak en is alleen via rivieren en langdurige tochten door ongerept bos bereikbaar; bezoek vraagt vergunningen en plaatselijke begeleiding. Wie er is, zoekt het best op open, steile hellingen tussen varens en in het mos van het nevelwoud op de kammen; het brede peristoom van de bovenbekers is dan al van een afstand te herkennen. Onderbekers zijn nog steeds nauwelijks beschreven: een goede foto met maatstok is waardevolle informatie.
Staat van instandhouding
Er is geen IUCN-beoordeling van deze soort (Not Evaluated). Wat bekend is: de soort komt uit één afgelegen bergketen, is van weinig plaatsen verzameld en groeit in een gebied dat door zijn onbereikbaarheid relatief ongerept is. Houtkap en infrastructuur rukken in centraal Sarawak wel op, en de beperkte verspreiding maakt de soort kwetsbaar. Als lid van het geslacht Nepenthes staat hij in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes platychila | Lee, 2002
Nepenthes platychila werd in 2002 beschreven door Ch'ien C. Lee, in "Nepenthes platychila (Nepenthaceae), a new species of pitcher plant from Sarawak, Borneo" (The Gardens' Bulletin Singapore 54: 257-261). De soort was eerder, in een rapport uit 2002 over Nepenthes-soorten van dit gebergte, aangeduid met de voorlopige naam "Nepenthes sp. 'B'". De Hose-bergen, centraal Sarawak, Borneo — dezelfde bergketen als N. glandulifera (golf 22) en N. appendiculata (golf 18). De naam komt uit het Grieks en betekent "platlippig", en verwijst naar het karakteristieke gladde peristoom (de rand van de bekeropening) van deze soort.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.