Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes orbiculata
Nepenthes orbiculata
Ronde bekers, rood als tomaten, laag in het gras van een kustsavanne: zo ziet Nepenthes orbiculata eruit op zijn best. De naam komt van het Latijnse orbiculatus, rond. Planten van deze populaties in de provincie Phang Nga, aan de Andamankust van Zuid-Thailand, stonden lang bekend als een bolle vorm van Nepenthes mirabilis, ‘var. globosa’. In 2018 beschreven Marcello Catalano en Trongtham Kruetreepradit ze als aparte soort. De soort staat tussen twee verwanten in, letterlijk: in de savanne groeit hij op de natte plekken, tussen de plaatsen van N. mirabilis en die van N. andamana.

Herkenning
Een lage struik van ongeveer 50 tot 150 cm, met stevige stengels van 5 tot 10 mm dik. De bladeren zijn tot 25 cm lang en 3 tot 8 cm breed. Het kenmerkende zit in de bekers: bolrond, met de ‘heup’ — waar de vorm verandert — vlak onder het deksel, zodat vrijwel de hele beker gezwollen is. De onderbekers zijn 8 tot 12 cm hoog en 5 tot 7 cm breed, van buiten helder tot donkerrood, vaak met lichtgroene tot witte tinten. De bovenbekers zijn 10 tot 15 cm hoog en 4 tot 7 cm breed, en van buiten en binnen lichtgroen. Het deksel is 3 tot 5 cm lang en 2,5 tot 5 cm breed, en draagt aan de onderkant een klierachtige verdikking van ongeveer 2 mm lang en 1 mm breed.
Gelijkende soorten
Nepenthes mirabilis, die in dezelfde savannen groeit, is de soort waarmee hij werd verward. Het verschil: N. mirabilis heeft langgerekte bekers met de heup halverwege of lager, en is een klimmer; N. orbiculata heeft bolronde bekers met de heup vlak onder het deksel en is een lage struik van hooguit anderhalve meter. N. andamana, eveneens in deze streek, groeit op drogere plekken in de savanne en behoort tot de groep rond N. thorelii. De klierachtige verdikking aan de onderkant van het deksel is volgens de beschrijving een kenmerk dat N. orbiculata van verwante soorten scheidt.
De val en hoe hij werkt
Een bekerval met een bijna bolvormige vangkamer. Door de ronde vorm en de hoge heup is het volume groot in verhouding tot de mond, en een groot deel van de beker is gevuld met vloeistof. De onderbekers staan laag in het gras en vangen vooral lopende prooi, zoals mieren; de lichtgroene bovenbekers hangen hoger en vangen ook vliegende insecten. De klierachtige verdikking onder het deksel is mogelijk een extra nectarbron, zoals de aanhangsels onder het deksel bij andere soorten, maar de functie is niet onderzocht. Het peristoom werkt zoals bij verwante soorten: nat is het glad.
Standplaats en ecologie
Zandige bodem in savannen en graslanden in het kustlaagland, op zeeniveau (W6, D1). Binnen de savanne staat de soort op de natte plekken: plaatsen die nat blijven of onder water lopen, op zo’n twee tot drie meter van open water. Daarmee zit hij volgens de beschrijvers tussen twee verwanten in: N. mirabilis staat dichter bij het water, N. andamana op drogere grond. Zo’n verdeling over de natte en droge delen van één landschap is bij bekerplanten zelden zo duidelijk beschreven.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Thailand, in de provincie Phang Nga aan de Andamankust van het schiereiland, op zeeniveau. De soort is bekend van twee populaties. De provincie Trang, die in onze lijst als tweede gebied werd genoemd, wordt in de voor deze gids geraadpleegde bronnen niet vermeld; daar is dus meer onderzoek nodig. De Andamankust heeft een uitgesproken moessonklimaat met een nat seizoen van ongeveer mei tot oktober.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten of vormen onderscheiden. De naam ‘N. mirabilis var. globosa’, waaronder planten uit deze streek in de hobby rondgingen, is geen erkend taxon van deze soort; N. orbiculata is de naam voor de populaties uit Phang Nga. Omdat N. mirabilis en N. andamana in dezelfde savannen groeien, zijn natuurlijke hybriden aannemelijk, maar in de geraadpleegde bronnen worden ze niet beschreven. De kleur varieert van helderrood tot donkerrood, met meer of minder groen.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de open kustsavannen van Phang Nga, op zeeniveau, en richt je op de natte plekken, niet ver van open water. De rode bolle onderbekers liggen laag in het gras en zijn het eerste wat opvalt. De beste tijd is het einde van het natte seizoen, rond oktober–november, als de bekers volgroeid zijn en het terrein nog nat. Veel van deze savannen liggen op land dat voor landbouw of bouw wordt gebruikt; vraag toestemming en loop voorzichtig, want de standplaatsen zijn klein.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de Rode Lijst (Not Evaluated) in de bron die deze gids gebruikt. Wat bekend is, is zorgwekkend genoeg: slechts twee populaties, beide in het kustlaagland van één provincie, een streek met veel toerisme, rubber- en oliepalmteelt en bouw. Open kustsavannen zijn in Zuid-Thailand een krimpend landschapstype. Als lid van het geslacht staat hij in CITES bijlage II; internationale handel in wilde planten vereist een vergunning.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes orbiculata | Catalano & Kruetreepradit, 2018
Nepenthes orbiculata werd in 2018 beschreven door Marcello Catalano en Trongtham Kruetreepradit. De provincie Phang Nga, schiereiland Thailand, waar de soort uitsluitend bekend is van twee populaties, op zandige bodem in savanne en grasland op zeeniveau. De naam is afgeleid van het Latijnse "orbiculatus" ("rond") en verwijst naar de karakteristieke bolvormige (globose) vorm van de bekers.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.