Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes kongkandana
Nepenthes kongkandana
Een van de jongste leden van de Indochinese savannekannenplanten. Nepenthes kongkandana werd in 2015 door Marcello Catalano en Trongtham Kruetreepradit beschreven in het tijdschrift van de Italiaanse vereniging voor vleesetende planten, naar planten uit de provincies Songkhla en Pattani aan de oostkust van het zuidelijke Thaise schiereiland. Het is een soort van zandige kustvlakten op zeeniveau, en het oostelijke tegenstuk van Nepenthes andamana aan de westkust. Binnen de thorelii-groep staat ze het dichtst bij Nepenthes kerrii van het eiland Tarutao.



Herkenning
Een plant met ronde stengels van drie tot vijf millimeter dik en smal lancetvormige tot smal omgekeerd eironde bladeren, 10 tot 30 cm lang en anderhalf tot drie centimeter breed, met een toegespitste, zelden scherpe top. De onderbekers zijn 10 tot 18 cm hoog en twee tot vier centimeter breed, in het onderste derde of de onderste helft smal eivormig en daarboven buisvormig, met twee vleugels van drie tot zeven millimeter. Het peristoom is cilindrisch of afgeplat, twee tot zeven millimeter breed en zelden gelobd. Van buiten zijn de onderbekers groen, oranje of rood met donkerrode strepen. De bovenbekers zijn smalle buizen, 10 tot 20 cm lang maar nauwelijks twee centimeter breed, en van buiten lichtgroen. De mannelijke bloeiwijze wordt tot 120 cm lang met 40 tot 180 bloemen; de vrouwelijke tot 100 cm met 20 tot 40 bloemen.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Nepenthes kerrii. Die heeft volgens de literatuur smal eivormige in plaats van langgerekte, bovenaan buisvormige onderbekers, ranken die twee à drie keer zo lang zijn als de beker (bij kongkandana ongeveer even lang), een gelobd en gestreept peristoom aan de bovenbekers en dichter opeen staande vleugelfranjes. Van Nepenthes smilesii verschilt kongkandana door omgekeerd eironde bladeren met een toegespitste top (bij smilesii lijn- tot lancetvormig met een scherpe top), langere ranken en een breder peristoom. Nepenthes andamana, aan de westkust, heeft lijn- tot lancetvormige bladeren.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil met langgerekte onderbekers en smalle, buisvormige bovenbekers. De onderbekers staan in het zand, met vleugels die kruipend gedierte naar de mond leiden; hun rode strepen op een groene of oranje ondergrond vallen op tussen het gras. De bovenbekers, lichtgroen en nauwelijks twee centimeter breed, zijn slanke vallen voor kleine vliegende insecten. In de droge tijd vormt de plant weinig bekers. Specifiek prooi-onderzoek aan deze soort is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden. Zoals bij andere leden van de thorelii-groep overleeft de plant de droge tijd met een verdikte wortelstok, zodat de energie uit de prooi van het ene regenseizoen deels in de groei van het volgende wordt gestoken.
Standplaats en ecologie
Overwegend zandige grond in savannes en struweel, op zeeniveau (D1, W5, B6). Dat zijn laaggelegen, voedselarme kustvlakten, in het regenseizoen nat en in de droge tijd uitgedroogd en brandgevoelig. Omdat de bron alleen 'op zeeniveau' vermeldt en geen hoogtebereik, blijft het hoogteveld leeg. Zulke kustsavannes worden in Zuidoost-Azië vaak over het hoofd gezien als natuurgebied: ze zijn vlak, grazig en lijken weinig bijzonder, maar herbergen juist een eigen gemeenschap van vleesetende planten, waaronder zonnedauwen en blaasjeskruiden naast de kannenplanten. Regelmatige, niet te hevige branden houden de vegetatie open; zonder brand groeien struiken dicht en verdwijnt het licht waar deze planten van afhankelijk zijn.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Thailand, in het zuiden van het schiereiland, in de provincies Songkhla en Pattani aan de kust van de Golf van Thailand. Ons eigen overzicht noemt 'Thailand'; de nadere begrenzing tot deze twee provincies komt uit de literatuur.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten erkend. De onderbekers variëren in grondkleur van groen via oranje tot rood, steeds met donkerrode strepen; de bovenbekers zijn lichtgroen. In het wild zijn hybriden met Nepenthes mirabilis gemeld, die op dezelfde laaggelegen terreinen groeit. Omdat de soort pas in 2015 werd beschreven, is over de variatie over het hele areaal nog weinig gepubliceerd; toekomstig veldwerk kan meer kleurvormen of lokale verschillen aan het licht brengen.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de open, zandige kustvlakten van Songkhla, in savanne en laag struweel, naar lage planten met smalle bladeren en rood gestreepte, langgerekte bekers aan de grond. Het regenseizoen aan de oostkust van het zuidelijke schiereiland valt laat in het jaar, met de zwaarste regens rond november en december; de weken daarna zijn gunstig om bekers te zien. In het zuiden van Thailand, vooral in de provincie Pattani, geldt al jaren een wisselende veiligheidssituatie; raadpleeg vooraf actuele reisadviezen.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. Het areaal is klein en beperkt tot laaggelegen kustgebied, waar zandvlakten en savannes plaatsmaken voor rubber- en oliepalmplantages, visvijvers en bebouwing. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes kongkandana | Catalano & Kruetreepradit, 2015
Nepenthes kongkandana werd in 2015 beschreven door Marcello Catalano en Trongtham Kruetreepradit, in "Nepenthes kongkandana, da ufficiosa ad ufficiale" (AIPC Magazine 37: 4-11). De provincie Songkhla, zuidelijk Thailand, waar de soort endemisch is; een preciezere typelocatie kon niet met zekerheid worden vastgesteld. De naamsvorm doet vermoeden dat de soort een persoon met de naam "Kongkanda" eert, maar wie precies kon niet met zekerheid worden vastgesteld in de toegankelijke bronnen.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.