Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes kitanglad

Nepenthes kitanglad

Mount Kitanglad, in het hart van de provincie Bukidnon, is met bijna 2900 m een van de hoogste bergen van de Filipijnen, een uitgedoofde vulkaan met uitgestrekt nevelwoud. In juli 1991 verzamelden botanici van het Philippine Plant Inventory daar, boven Impasug-ong, een epifytische kannenplant met sterk vierkantige stengels. Martin Cheek en Matthew Jebb herkenden er in 2013 een nieuwe soort in, bij hun herziening van de alata-groep, en noemden haar naar de berg.

Nepenthes kitanglad
Foto: Dan Jones — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een epifytische klimplant van een meter of meer. De korte stengels zijn rond en vier à vijf millimeter dik, maar de klimstengels zijn opvallend sterk vierkantig, zeven à negen millimeter dik, met lange internodiën van elf à twaalf centimeter. De bladeren zijn dik papierachtig, langwerpig-elliptisch, 15,5 tot 33 cm lang en 4,3 tot 7 cm breed, met drie of vier paar lengtenerven, aan een gelijkmatig gevleugelde bladsteel van vier à vijf centimeter. Onder- en bovenbekers verschillen sterk. De onderbekers zijn smal eirond-cilindrisch, ongeveer 12,5 cm hoog en 5 cm breed, met een zeer scheve, holle mond en een peristoom dat vooraan maar een millimeter en aan de zijkanten tot drie millimeter breed is; het deksel is smal eirond tot ruitvormig. De bovenbekers zijn veel groter, ongeveer 21,5 cm hoog en 6,5 cm breed, eirond-cilindrisch, groen en bovenaan licht kastanjerood, met een mond van zeven bij vier centimeter en een rond-afgeplat peristoom tot vijfenhalve millimeter. Het deksel is eirond-driehoekig, vijf centimeter lang, met een zwak ontwikkeld bol aanhangsel, en het spoor is opvallend lang, 17 mm.

Gelijkende soorten

De beschrijvers vergeleken de soort met Nepenthes saranganiensis uit het zuiden van Mindanao, een struik op de grond met gevleugelde stengels en weinig verschil tussen onder- en bovenbekers. Nepenthes kitanglad heeft hoekige in plaats van gevleugelde stengels, sterk verschillende onder- en bovenbekers, en is een klimmende epifyt in het bos. Van Nepenthes kurata en Nepenthes mindanaoensis, verwanten uit dezelfde groep, verschilt hij onder meer door de sterk vierkantige klimstengel en de lange internodiën.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil in twee zeer verschillende vormen. De onderbekers zijn smal, met een sterk scheve, holle mond en een peristoom dat vooraan bijna ontbreekt en alleen aan de zijkanten breder wordt; de bovenbekers zijn groot, breed en eirond met een wijde mond. Een dergelijk verschil wijst er doorgaans op dat de twee bekertypen verschillende prooien bedienen: onderaan kruipende dieren van de bosbodem of de mosbekleding van stammen, bovenaan vliegende insecten. Het lange spoor van zeventien millimeter achter het deksel is voor de groep opvallend; welke functie het heeft, is niet onderzocht. Gegevens over de prooi van deze soort ontbreken.

Standplaats en ecologie

Epifytisch in bemost nevelwoud op vulkanische ondergrond, tussen 1800 en 2100 m (B1). Het bos op Kitanglad is op deze hoogte dicht bekleed met mos, varens en orchideeën, en vaak dagenlang in wolken gehuld. De plant groeit op de stammen en takken van bomen, waar mos en humus het substraat vormen.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Mindanao, en alleen bekend van Mount Kitanglad in de provincie Bukidnon, met de typecollectie van Intavas, Impasug-ong. De aanduiding in onze soortenlijst klopt. Andere vindplaatsen zijn niet gepubliceerd; het Kitanglad-gebergte is echter groot, met meerdere toppen, en de soort kan er ruimer verspreid zijn dan nu bekend.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten beschreven, en er is weinig materiaal. De bovenbekers zijn groen met een kastanjerode waas naar boven, maar hoe sterk de kleur varieert, is niet bekend. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.

Waar en wanneer te zien

Mount Kitanglad is een beschermd natuurpark en een van de bekendste bergen van Mindanao, onder meer vanwege de Filipijnse arend. Beklimmingen zijn gereglementeerd en lopen via het parkbeheer en de inheemse gemeenschappen van de berg. Boven 1800 m, in het bemoste nevelwoud, kijk je langs stammen en in de takken naar grote groene bekers met een donkerrode waas en een lang spoor achter het deksel.

Staat van instandhouding

De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als ernstig bedreigd, omdat ze van één berg bekend is waar op grote schaal bos is gekapt voor houtwinning en uitbreiding van de landbouw. Het hoger gelegen nevelwoud valt binnen het Mount Kitanglad Range Natural Park, maar de lagere randen van het park staan onder druk. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes kitanglad | Jebb & Cheek, 2013

Nepenthes kitanglad werd in 2013 beschreven door Martin Cheek en Matthew Jebb, in "Recircumscription of the Nepenthes alata group (Caryophyllales: Nepenthaceae), in the Philippines, with four new species" (European Journal of Taxonomy 69: 1-23). De berg Kitanglad, provincie Bukidnon, Mindanao, Filipijnen — de enige bekende vindplaats, waar de soort epifytisch groeit in mosbos op 1800-2100 m hoogte. De soortsnaam verwijst naar de berg Kitanglad, de enige bekende vindplaats van deze soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.