Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes andamana

Nepenthes andamana

Een kannenplant van de kust, zo laag als een kannenplant maar kan groeien: van zeeniveau tot hooguit vijftig meter. Nepenthes andamana is genoemd naar de Andamanzee, want ze groeit in de open zandvlakten langs de westkust van het schiereiland van zuidelijk Thailand, in de provincie Phang Nga. De Italiaanse kannenplantkenner Marcello Catalano beschreef haar in 2010 in zijn boek over de kannenplanten van Thailand, samen met een reeks andere Thaise soorten. Ze hoort bij de thorelii-groep van savannekannenplanten die droogte en brand overleven met een verdikte wortelstok.

Nepenthes andamana
Foto: Marcello Catalano — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes andamana — de standplaats
De standplaats · Foto: Marcello Catalano — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant tot ongeveer drie meter met ronde stengels van vijf millimeter dik. De bladeren zijn leerachtig, zittend, lijn- tot lancetvormig, 15 tot 30 cm lang en twee tot 3,5 cm breed, met een scherpe of smal toegespitste top. De onderbekers zijn in de onderste helft eivormig, 10 tot 16 cm hoog en 3,5 tot 5 cm breed, met twee vleugels van vier tot zes millimeter en een cilindrisch peristoom van vier tot tien millimeter breed, met tandjes tot een millimeter aan de binnenrand. Ze zijn groen tot oranje met rode strepen, of geheel rood. De bovenbekers zijn ongeveer even hoog maar slanker, buisvormig tot smal trechtervormig, 2,5 tot 3 cm breed, met vleugels die tot een richel zijn teruggebracht, en ze zijn geel tot wit. De mannelijke bloeiwijze is opvallend groot, tot 110 cm, met 40 tot 190 bloemen; mannelijke bloemen hebben rode, vrouwelijke groene bloemdekbladen.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Nepenthes suratensis, uit de provincie Surat Thani aan de andere kant van het schiereiland. Andere verwanten in de thorelii-groep zijn Nepenthes kerrii, Nepenthes kongkandana en Nepenthes bokorensis. Nepenthes andamana onderscheidt zich van deze door de lijn- tot lancetvormige bladeren en een beharing die vroeg afvalt. Nepenthes kerrii heeft omgekeerd eironde bladeren en een blijvende beharing in de bladoksels; Nepenthes kongkandana groeit aan de oostkust. De algemene Nepenthes mirabilis, die op dezelfde plekken voorkomt, heeft gesteelde, papierachtige bladeren.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil met duidelijk verschillende onder- en bovenbekers. De eivormige onderbekers staan in het zand tussen het gras, met vleugels die kruipende dieren naar de mond leiden en tandjes aan de binnenrand van het peristoom die het ontsnappen bemoeilijken. De lichte, geelwitte bovenbekers hangen aan de ranken boven de vegetatie. Nectarklieren op het peristoom en onder het deksel lokken insecten naar de rand. In de droge tijd worden weinig bekers gevormd. Specifiek onderzoek naar de prooi van deze soort is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden. Zoals bij verwante soorten van de groep valt de productie van nieuwe bekers grotendeels samen met het regenseizoen, wanneer ook de insecten het talrijkst zijn.

Standplaats en ecologie

Zandgrond in open savannes en graslanden aan de kust, van zeeniveau tot ongeveer 50 m (D1, W5). Dat zijn laaggelegen, voedselarme zandvlakten achter de kust, in het regenseizoen nat en in de droge tijd uitgedroogd, met een open vegetatie van grassen, zeggen en lage struiken. Brand komt er geregeld voor, en de plant overleeft die met haar ondergrondse wortelstok. Kustsavannes als deze zijn in Zuidoost-Azië zeldzaam geworden: ze liggen op vlak, gemakkelijk te bebouwen land dicht bij zee, en worden vaak niet als waardevolle natuur herkend. Op dezelfde terreinen groeien doorgaans zonnedauwen en blaasjeskruiden, en samen vormen ze een eigen gemeenschap van vleesetende planten op arme, natte zandgrond.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Thailand, in het kustgebied van de provincie Phang Nga aan de Andamankust van het schiereiland. De typecollectie werd in 2009 op zeeniveau bij Takua Pa gemaakt. Ons eigen overzicht noemt de Andamankust van Thailand, wat met de literatuur overeenstemt.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten erkend. De kleur van de onderbekers varieert van groen via oranje met rode strepen tot geheel rood; de bovenbekers zijn geel tot wit. In het wild vormt de soort alleen hybriden met Nepenthes mirabilis, waaronder de vorm die als Nepenthes mirabilis var. globosa bekendstaat. Hybriden met Nepenthes mirabilis zijn op gemengde groeiplaatsen niet zeldzaam en kunnen de determinatie bemoeilijken: tussenvormen hebben vaak een kort gesteeld blad en bekers die in vorm en kleur tussen beide ouders in liggen.

Waar en wanneer te zien

De kustvlakten rond Takua Pa en verder langs de kust van Phang Nga zijn de plek om te zoeken, bij voorkeur aan het eind van het regenseizoen, als de planten volop bekers dragen. Let in open, zandige grasvlakten op lage planten met smalle, stijve bladeren, en op rood gestreepte bekers aan de grond. Veel van deze vlakten liggen dicht bij toeristische kustplaatsen, en een deel ervan is al bebouwd; loop niet dwars door kwetsbare natte stukken.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. Het areaal is klein en beperkt tot een kuststrook die onder druk staat van toeristische ontwikkeling, bebouwing, plantages en aquacultuur. Laaggelegen kustsavannes behoren in Zuidoost-Azië tot de snelst verdwijnende leefgebieden. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes andamana | Catalano, 2010

Beschreven door Marcello Catalano in 2010, in zijn boek Nepenthes della Thailandia: Diario di viaggio (Praag, 2010: 34); de beschrijving werd beoordeeld door Alastair Robinson, de Latijnse diagnose geleverd door Andreas Fleischmann. De typelocatie ligt bij Takua Pa, in de provincie Phang Nga, Thailand, op zeeniveau. De naam verwijst naar de kust van de Andamanse Zee in Thailand, waar deze soort voorkomt.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.