Alle soorten › Heideachtigen › Trompetbekerplantfamilie › Heliamphora minor

Heliamphora minor

Auyán-tepui is met ruim zevenhonderd vierkante kilometer de grootste van de Venezolaanse tafelbergen, en Heliamphora minor is de enige vertegenwoordiger van de Sarraceniaceae die er groeit. De plant leeft dus op een eiland zonder water eromheen: een plateau dat honderden meters boven het regenwoud uitsteekt, met een eigen klimaat, een eigen bodem en een flora waarvan een groot deel nergens anders voorkomt.

Heliamphora minor
Foto: Seb38 in kweek — Public domain · Wikimedia Commons
Heliamphora minor — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Dals093838 in kweek — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een rozet van rechtopstaande bekerbladen, die elk uit één blad zijn gevormd dat tot een trechter is dichtgegroeid met een naad aan de voorkant. De beker is halverwege iets buikig en verwijdt zich naar boven toe sterk, en heeft geen afwateringsgaatje in de wand — een kenmerk dat binnen het geslacht per soort verschilt. De kleur loopt van geelgroen bij planten in de schaduw tot dieprood bij planten in vol licht. Bovenop de achterrand van de beker staat het zogenoemde nectarlepeltje: een klein, kapvormig, rood orgaan op een dunne steel van hooguit 5 mm, kaal of met korte witte haartjes die snel afvallen. De bloeiwijze is een eenzijdige tros op een rode steel van ongeveer 30 cm, aan de voet zo'n 5 mm dik. De bloemen hebben vier, zelden vijf, witte of zwak roze getinte tepalen tot 4 cm lang en 1,0 tot 1,5 cm breed, die tijdens de bloei verkleuren en verhouten.

Gelijkende soorten

Op Auyán-tepui zelf is er niets om mee te verwarren: dit is de enige soort van de familie op de berg, en daarmee is een vondst op het plateau al gedetermineerd. Pas daarbuiten wordt het lastig. Heliamphora pulchella, van het Chimantá-massief, lijkt er sterk op maar heeft een nectarlepeltje dat breed aan de beker vastzit in plaats van op een dun steeltje te staan, en de binnenkant van de beker is er dicht behaard. Heliamphora nutans van de Roraima-groep is duidelijk groter en heeft een afwateringsgaatje. Met Sarracenia is verwarring geografisch uitgesloten, en het verschil is ook bouwkundig: bij Heliamphora ontbreekt de brede kap en staat in plaats daarvan dat minuscule lepeltje.

De val en hoe hij werkt

Een bekerval die opvalt door wat hij niet heeft. De plant maakt zelf nauwelijks tot geen verteringsenzymen; het afbreken van de prooi wordt grotendeels aan bacteriën in de bekervloeistof overgelaten, en de plant neemt daarna de vrijgekomen voedingsstoffen op. Het nectarlepeltje aan de achterrand is het lokorgaan: daar wordt nectar afgescheiden, en insecten die eropaf komen staan precies boven de opening. De binnenwand is in de bovenste zone met naar beneden gerichte haren bekleed, zodat elke poging om terug omhoog te lopen mislukt, en daaronder is de wand glad.

Standplaats en ecologie

Het plateau van de tafelberg: een vrijwel bodemloos landschap van kaal zandsteen, spleten en laagten waarin zich zure turf en veenmos verzamelen (W6). Twee microstandplaatsen zijn kenmerkend. Op het noordelijke deel van de top staat de plant in open, doorweekte veentjes tussen de rotsen; op het zuidelijke deel eerder in holten en spleten in het gesteente, waar zich wat organisch materiaal heeft opgehoopt (R1). In beide gevallen is het substraat extreem arm aan stikstof en fosfor, spoelt regen de weinige voedingsstoffen voortdurend weg, en is het klimaat koel en vrijwel permanent vochtig, met wolken die het plateau een groot deel van de dag afdekken. Onder die omstandigheden is een val die insecten omzet in stikstof geen luxe maar de enige manier om hier te staan.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Auyán-tepui in de deelstaat Bolívar, Venezuela, en daarbuiten nergens. De bekende groeiplaatsen liggen tussen ongeveer 1650 en 2500 m hoogte, verdeeld over het noordelijke en het zuidelijke deel van het plateau; de planten van de noordelijke helft groeien rond 1800 m. Het geslacht als geheel is beperkt tot de tafelbergen van het Guyanaschild — Venezuela, westelijk Guyana en het uiterste noorden van Brazilië — en is daarmee een van de duidelijkste voorbeelden van hoe dit landschap soortvorming per berg in de hand werkt: de plateaus zijn voor een moerasplant even onbereikbaar voor elkaar als eilanden in zee.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 5 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden twee variëteiten onderscheiden, beide in het wild. Heliamphora minor var. minor is de vorm van het zuidelijke deel van het plateau, met een kale of bijna kale beker, en groeit daar vooral in rotsholten. Heliamphora minor var. pilosa, in 2011 beschreven, komt van het noordelijke deel en is te herkennen aan de opvallende beharing aan de buitenkant van de beker; die planten staan in doorweekte veentjes rond 1800 m. Daarnaast is er kleurvariatie zonder taxonomische naam: planten in vol licht worden dieprood, planten in de luwte blijven geelgroen. Natuurlijke hybriden zijn van deze berg niet bekend, wat logisch is — er staat geen tweede soort van het geslacht.

Waar en wanneer te zien

Het plateau is alleen per helikopter of via een meerdaagse tocht te bereiken en ligt in een nationaal park; bezoek gaat in de praktijk altijd met vergunning en met een gids. Wie boven staat, hoeft niet lang te zoeken: de soort vormt op de natte delen uitgestrekte matten en is een van de opvallendste planten van het plateau. Kijk naar de kleur van het licht in plaats van naar het seizoen — de bekers lichten pas op als de wolken kort openbreken, en dan zie je meteen het verschil tussen de rode planten in de zon en de groene in de spleten. De bloeitijd van de soort is niet in de literatuur vastgelegd; op het plateau worden het hele jaar door bloeiende planten gezien.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de IUCN-Rode Lijst, en er is ook geen CITES-vermelding: Heliamphora staat in geen enkele bijlage. Wat er wél over te zeggen valt, is dat de bekende verspreiding beperkt is tot één berg, wat een soort per definitie kwetsbaar maakt voor iedere gebeurtenis die dat ene plateau treft. Daar staat tegenover dat het leefgebied binnen Canaima, een nationaal park en werelderfgoedgebied, ligt, dat het plateau niet toegankelijk is zonder vergunning, en dat de populaties op de natte delen omvangrijk zijn. Verzameling voor de handel is het genoemde risico voor het geslacht, maar de planten in kweek stammen inmiddels vrijwel uitsluitend uit zaad en weefselkweek. Het ontbreken van een formele beoordeling betekent hier dus geen bekende achteruitgang, maar een leemte.

Wetenschappelijke naam

Heliamphora minor | Gleason, 1939

Beschreven door Henry Allan Gleason in 1939, in "The flora of Mount Auyan-Tepui, Venezuela" (Gleason & Killip), gepubliceerd in Brittonia 3(2): 141–204. Het typegebied ligt op de Auyán-tepui in Venezuela. De soortnaam minor is Latijn voor "kleiner" en verwijst naar de geringere afmetingen van deze soort ten opzichte van verwante Heliamphora-soorten.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.