Alle soorten › Heideachtigen › Trompetbekerplantfamilie › Heliamphora elongata
Heliamphora elongata
De oostelijke tafelbergen van Venezuela vormen een rij die op de kaart als een keten van eilanden oogt: Roraima, Kukenán, Yuruaní, en verderop het dubbele massief van Ilú en Tramen. Op dat laatste, en op de aangrenzende Karaurín-tepui, groeit Heliamphora elongata, in 2004 door Joachim Nerz beschreven en genoemd naar de opvallend gerekte vorm van de beker.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een rozet van rechtopstaande bekerbladen, elk gevormd uit één blad dat tot een trechter is dichtgegroeid met een naad over de voorzijde. Het kenmerk dat de soortnaam draagt, is de proportie: de bekers zijn smal en langgerekt in verhouding tot hun breedte, waardoor de plant een slanker, rechter silhouet heeft dan de meeste soorten van het geslacht, die eerder als brede trechters ogen. Bovenop de achterrand staat het nectarlepeltje, het kleine kapvormige orgaan dat bij Heliamphora in de plaats is gekomen van de brede kap van Sarracenia. De kleur loopt van geelgroen bij planten in de schaduw tot rood en roodbruin bij planten in vol licht; oudere bekers verkleuren vaak sterker dan jonge. De bloeiwijze is een eenzijdige tros op een lange, rechtopstaande steel die ruim boven de rozet uitkomt, met knikkende bloemen waarvan de tepalen tijdens de bloei van kleur veranderen en verharden.
Gelijkende soorten
Op de oostelijke tepuis is deze soort niet alleen. Heliamphora nutans, de eerst beschreven soort van het geslacht, komt op dezelfde bergketen voor en heeft bredere, minder gerekte bekers met een breed afwateringsgaatje. Heliamphora ionasi, die in de vallei tussen Ilú en Tramen groeit, is een van de grootste soorten van het geslacht en al op afstand te scheiden: haar bekers zijn fors en sterk buikig, waar die van elongata juist smal blijven. Tussen die twee laatste is bovendien een natuurlijke hybride bekend, en die is intermediair in grootte en vorm — reden om in de vallei niet te snel een naam te plakken. Verwarring met Sarracenia is geografisch uitgesloten, en bouwkundig ook: de brede kap boven de mond ontbreekt hier volledig.
De val en hoe hij werkt
Een bekerval van het valkuiltype, met de werkverdeling die voor het hele geslacht geldt. De plant maakt zelf weinig tot geen verteringsenzymen; bacteriën en andere micro-organismen in de bekervloeistof breken de prooi af, waarna de plant de vrijkomende stikstof- en fosforverbindingen opneemt. Het nectarlepeltje aan de achterrand is het lokorgaan: daar wordt nectar afgescheiden, en een insect dat erop afkomt staat al boven de opening. De bovenste zone van de binnenwand draagt naar beneden gerichte haren waarlangs terugklimmen onmogelijk is; daaronder is de wand glad, zodat een prooi die eenmaal glijdt niet meer stopt. Een afwateringsspleet in de wand houdt het vloeistofpeil constant. De gerekte bekervorm betekent een relatief diepe val met een kleine opening — in verhouding minder vangstoppervlak, maar ook minder verlies bij zware regen.
Standplaats en ecologie
Het topplateau van de tafelberg (R4): kaal zandsteen met spleten, kommen en laagten waarin zich zure turf verzamelt, zonder bodem in de gewone zin. Daarbinnen groeit de plant vooral op de natte plekken met veenmos (W1), waar het water blijft staan of traag doorsijpelt, en verder op de hellingen rond de toppen, waar zich in richels en spleten organisch materiaal heeft opgehoopt. Het substraat is extreem arm aan stikstof en fosfor en wordt door de aanhoudende regen voortdurend uitgeloogd. Het klimaat is koel en vrijwel permanent vochtig: de plateaus liggen een groot deel van de dag in de wolken, de nachten zijn koud, en van seizoenen is nauwelijks iets te merken.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de deelstaat Bolívar, Venezuela, op het Ilú–Tramen-massief en op de aangrenzende Karaurín-tepui, alle drie deel van de oostelijke tepui-keten. De soort groeit er zowel op de toppen als op de omringende hellingen, ruwweg tussen 1800 en 2600 m hoogte. Het geslacht als geheel blijft beperkt tot de tafelbergen van het Guyanaschild — Venezuela, westelijk Guyana en het uiterste noorden van Brazilië — en de oostelijke keten laat het patroon goed zien: bergen die op de kaart vlak bij elkaar liggen delen soms een soort en hebben soms elk hun eigen, afhankelijk van hoe lang geleden de plateaus van elkaar zijn losgesneden. Voor een moerasplant is het regenwoud eronder een even harde barrière als zeewater.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of ondersoorten beschreven. Wel is er duidelijke variatie in bekerlengte en in de golving van de bekerrand tussen planten van verschillende bergen en zelfs binnen één populatie, naast de gebruikelijke kleurvariatie tussen groene planten in de luwte en rode in vol licht; geen van beide is met een naam vastgelegd. In de vallei tussen Ilú en Tramen komt een natuurlijke hybride voor met Heliamphora ionasi, waar beide soorten elkaar raken. Zulke kruisingen zijn binnen het geslacht geen zeldzaamheid en vormen in het veld de grootste bron van twijfel bij het op naam brengen.
Waar en wanneer te zien
Het massief ligt in het uiterste oosten van Bolívar, in de buurt van de beter bekende Roraima-route, maar is zelf veel minder bezocht; de beklimming duurt dagen en gaat met een gids uit de streek. Zoek de soort op de natte, open delen van het plateau en op de richels van de hellingen eromheen. Beoordeel de plant op de verhouding tussen lengte en breedte van de beker, niet op de absolute maat: jonge bekers van een brede soort kunnen smal lijken, maar blijven naar verhouding korter. Daal je af in de vallei tussen de twee bergen, houd dan rekening met kruisingen met de veel grotere Heliamphora ionasi. Over de bloeitijd is in de literatuur niets vastgelegd.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de IUCN-Rode Lijst en er is geen CITES-vermelding: Heliamphora staat in geen enkele bijlage. Wat bekend is: de verspreiding beslaat twee naburige massieven, en daarbinnen zowel de toppen als de hellingen, wat naar de maatstaven van dit geslacht een redelijk ruim gebied is; verschillende populaties zijn omvangrijk. Het gebied ligt in beschermd gebied en is alleen met vergunning en gids toegankelijk, en er is geen landbouw- of mijnbouwdruk van betekenis. De ligging in de buurt van een bekende toeristenroute betekent wel dat de bergen minder onaantastbaar zijn dan de afgelegen massieven verder naar het zuiden. Verzamelen voor de handel geldt als het risico voor het geslacht, maar kweekmateriaal komt vrijwel uitsluitend uit zaad en weefselkweek. Het ontbreken van een formele beoordeling weerspiegelt hier de onderzoeksachterstand in het Pantepui-gebied, niet een vastgestelde achteruitgang.
Wetenschappelijke naam
Heliamphora elongata | Nerz, 2004
Beschreven door Joachim Nerz in 2004, in Carnivorous Plant Newsletter 33(4): 111–116. Het typegebied ligt op het Ilú-Tramen-massief in Venezuela, specifiek op Ilú-tepui. De soortnaam elongata is Latijn voor "verlengd" en verwijst naar de langgerekte vorm van de bekers.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.