Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera rubrifolia

Drosera rubrifolia

Een van de zeldzaamste zonnedauwen van Zuid-Afrika. Drosera rubrifolia — 'roodbladig' — werd in 2002 door Paul Debbert beschreven in de Linzer biologische Beiträge, uit de bergen bij Ceres in de zuidwestelijke Kaap. Het is een kleine, platte rozet die in de zon diep donkerrood kleurt.

Drosera rubrifolia
Foto: Hendré — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een kleine, plat liggende rozet met een zeer heldere, donkerrode kleur van blad en tentakels. De bladvorm lijkt op die van D. slackii: een platte bladsteel die overgaat in een verbrede vangschijf. De jonge bladeren missen echter de korte vlezige uitsteeksels aan de onderzijde die D. slackii kenmerken. Betrouwbare maten en een bloemkleur uit de oorspronkelijke beschrijving waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Drosera slackii is groter, minder diep rood en heeft vlezige uitsteeksels aan de onderzijde van de zich ontrollende bladeren. Drosera aliciae heeft smallere, spatelvormige bladeren met een behaarde onderzijde en duidelijke steunblaadjes.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval: gesteelde klieren met kleverige druppels houden kleine insecten vast, waarna tentakels naar de prooi buigen en verteringsenzymen worden afgescheiden. De diepe roodkleuring door anthocyaan is een reactie op sterk licht.

Standplaats en ecologie

Naar analogie met de verwante D. slackii waarschijnlijk permanent natte sijpelplekken in bergfynbos, op voedselarm, venig zand boven zandsteen (R1, W4, B5). Precieze standplaatsgegevens worden hier niet gegeven.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de zuidwestelijke Kaap in Zuid-Afrika, bekend uit de omgeving van Ceres. De soort is van zeer weinig plaatsen bekend; deze gids geeft geen vindplaatsen. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Geen variëteiten. De soort behoort tot de reeks Kaapse rozetzonnedauwen die Debbert rond de eeuwwisseling beschreef. Kew aanvaardt D. rubrifolia als soort. In cultuur wordt zij uit zaad vermeerderd, wat de druk op de wilde populaties hopelijk verkleint.

Waar en wanneer te zien

Deze soort is geen geschikt doel voor een veldbezoek. Wie haar in de bergen rond Ceres tegenkomt, laat haar staan en deelt de plek niet openbaar.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Door het zeer kleine areaal is de soort kwetsbaar voor elke verandering aan haar sijpelplekken, voor invasieve uitheemse planten, voor een verstoord brandregime en voor illegaal verzamelen.

Wetenschappelijke naam

Drosera rubrifolia | Debbert, 2002

Drosera rubrifolia werd in 2002 beschreven door Peter Debbert, gepubliceerd in Linzer Biologische Beiträge, deel 34, pagina 798. Het holotype (verzamelnr. Debbert 132) is afkomstig uit Zuid-Afrika, Kaapprovincie, uit de bergen bij Ceres en Tulbagh, op plekken die het hele jaar door zeer nat zijn. De verzameldatum kon niet met zekerheid worden achterhaald. Het epitheton rubrifolia is samengesteld uit het Latijnse ruber ("rood") en folium ("blad"), en betekent dus "roodbladig" — een beschrijvende verwijzing naar de kleur van de bladeren van de plant.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.