Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera burkeana
Drosera burkeana
Een kleine, onopvallende rozetzonnedauw met een enorm areaal: van zuidelijk Afrika tot in de tropen, en op Madagaskar. Drosera burkeana werd in 1848 door Planchon beschreven naar materiaal van Joseph Burke, die in de jaren 1840 in het binnenland van Zuid-Afrika planten verzamelde. Het is een zonnedauw van de natte zomer in het grasland.

Herkenning
Een vlakke rozet van korte, brede, omgekeerd eironde tot bijna ronde bladschijven op een korte bladsteel, met rode tentakels. De bloeistengel komt uit het hart van de rozet en draagt enkele witte tot roze bloemen. Betrouwbare gepubliceerde maten waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.
Gelijkende soorten
Drosera dielsiana, D. collinsiae en D. natalensis hebben langere, meer spatelvormige bladeren. Drosera madagascariensis vormt een stengel met verspreide bladeren op lange stelen. Buiten Afrika lijkt de ronde bladvorm oppervlakkig op die van D. rotundifolia, maar die soort komt in Afrika niet voor.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De ronde bladschijven liggen plat op de natte grond en vangen vooral kruipende en laag vliegende kleine insecten, zoals springstaarten en muggen. Na contact buigen de tentakels naar de prooi en verteren de klieren de zachte delen.
Standplaats en ecologie
Seizoensgebonden natte plekken in graslanden, savanne en open bosland: drassige laagten, sijpelplekken en randen van moerassen (W4, W7, B6). In de droge tijd sterft de rozet vaak af of overleeft hij in een rustvorm.
Verspreiding en hoogte
Tropisch en zuidelijk Afrika, van het noorden van Zuid-Afrika tot in Oost- en Centraal-Afrika, en Madagaskar. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Over een zo groot areaal varieert de soort in grootte en bloemkleur (wit tot roze). Er worden geen variëteiten onderscheiden in de huidige lijsten; plaatselijke vormen zijn onvoldoende onderzocht.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de regentijd in drassige laagten in het grasland, waar het water na een bui blijft staan. De rozetten zijn klein en liggen plat; op handen en knieën zie je ze het best.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst als Least Concern (niet bedreigd) beoordeeld; niet in CITES. Het grote areaal maakt de soort weinig kwetsbaar, al verdwijnen plaatselijk natte graslanden door landbouw en bebouwing.
Wetenschappelijke naam
Drosera burkeana | Planchon, 1848
Beschreven door Jules Émile Planchon in 1848, in Annales des Sciences Naturelles, Botanique, serie 3, deel 9, p. 192. Magaliesberg (in oudere literatuur "Macalisberg"), Noordwest-provincie, Zuid-Afrika, verzameld door J. Burke. Vernoemd naar James Burke, de verzamelaar van het typemateriaal.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.