Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera burkeana

Drosera burkeana

Een kleine, onopvallende rozetzonnedauw met een enorm areaal: van zuidelijk Afrika tot in de tropen, en op Madagaskar. Drosera burkeana werd in 1848 door Planchon beschreven naar materiaal van Joseph Burke, die in de jaren 1840 in het binnenland van Zuid-Afrika planten verzamelde. Het is een zonnedauw van de natte zomer in het grasland.

Drosera burkeana
Foto: Alex Rebelo — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een vlakke rozet van korte, brede, omgekeerd eironde tot bijna ronde bladschijven op een korte bladsteel, met rode tentakels. De bloeistengel komt uit het hart van de rozet en draagt enkele witte tot roze bloemen. Betrouwbare gepubliceerde maten waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Drosera dielsiana, D. collinsiae en D. natalensis hebben langere, meer spatelvormige bladeren. Drosera madagascariensis vormt een stengel met verspreide bladeren op lange stelen. Buiten Afrika lijkt de ronde bladvorm oppervlakkig op die van D. rotundifolia, maar die soort komt in Afrika niet voor.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De ronde bladschijven liggen plat op de natte grond en vangen vooral kruipende en laag vliegende kleine insecten, zoals springstaarten en muggen. Na contact buigen de tentakels naar de prooi en verteren de klieren de zachte delen.

Standplaats en ecologie

Seizoensgebonden natte plekken in graslanden, savanne en open bosland: drassige laagten, sijpelplekken en randen van moerassen (W4, W7, B6). In de droge tijd sterft de rozet vaak af of overleeft hij in een rustvorm.

Verspreiding en hoogte

Tropisch en zuidelijk Afrika, van het noorden van Zuid-Afrika tot in Oost- en Centraal-Afrika, en Madagaskar. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 35 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Over een zo groot areaal varieert de soort in grootte en bloemkleur (wit tot roze). Er worden geen variëteiten onderscheiden in de huidige lijsten; plaatselijke vormen zijn onvoldoende onderzocht.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de regentijd in drassige laagten in het grasland, waar het water na een bui blijft staan. De rozetten zijn klein en liggen plat; op handen en knieën zie je ze het best.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst als Least Concern (niet bedreigd) beoordeeld; niet in CITES. Het grote areaal maakt de soort weinig kwetsbaar, al verdwijnen plaatselijk natte graslanden door landbouw en bebouwing.

Wetenschappelijke naam

Drosera burkeana | Planchon, 1848

Beschreven door Jules Émile Planchon in 1848, in Annales des Sciences Naturelles, Botanique, serie 3, deel 9, p. 192. Magaliesberg (in oudere literatuur "Macalisberg"), Noordwest-provincie, Zuid-Afrika, verzameld door J. Burke. Vernoemd naar James Burke, de verzamelaar van het typemateriaal.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.