Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera aquatica

Drosera aquatica

Een zonnedauw die kan drijven. Drosera aquatica werd in 2014 door Allen Lowrie beschreven in zijn Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus, en ontleent zijn naam aan een eigenschap die in het geslacht uitzonderlijk is: de plant kan volledig in het water leven en op het oppervlak van het overstromingswater van de moesson drijven. Let op: het is geen soort uit het zuidwesten, maar uit het tropische noorden van Australië.

Drosera aquatica
Foto: Roland Muench — CC BY 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een eenjarige zonnedauw uit de sectie Arachnopus, de groep rond Drosera indica. Planten uit die sectie hebben doorgaans een opgaande of liggende stengel met lange, smalle, lijnvormige bladeren die over hun hele lengte met gesteelde klieren bezet zijn, en dragen bloemen in trossen tegenover de bladeren. Specifieke maten, bloemkleur en bloeitijd van D. aquatica waren in de voor deze gids toegankelijke bronnen niet te vinden; de beschrijving van Lowrie (2014) is voor zover bekend de enige uitvoerige bron, en daarom blijven alle maatvelden leeg.

Gelijkende soorten

Binnen de sectie Arachnopus zijn in 2014 door Lowrie meerdere nieuwe soorten beschreven die op het eerste gezicht op elkaar en op Drosera indica lijken, waaronder D. aurantiaca, D. barrettiorum, D. cucullata en D. glabriscapa. Het drijvende of ondergedoken groeien in overstromingswater is het meest kenmerkende van D. aquatica; voor zekere determinatie zijn bloem- en zaadkenmerken uit de oorspronkelijke beschrijving nodig.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval, verdeeld over lange, smalle bladeren. De gesteelde klieren dragen kleverige druppels waarin kleine vliegende insecten blijven hangen; de tentakels buigen zich vervolgens naar de prooi toe en scheiden verteringsenzymen af. Hoe de vangst verloopt wanneer de plant drijft of deels onder water staat, is voor zover bekend niet onderzocht; de klieren boven water blijven in elk geval functioneren als gewone lijmvallen.

Standplaats en ecologie

Seizoensgebonden wateren van het moessonklimaat (W7): laagtes en vlakten die in de natte tijd onderlopen en in de droge tijd volledig droogvallen. De plant groeit er als eenjarige: hij kiemt met de regens, groeit en bloeit in het natte seizoen en sterft af als het water verdwijnt, waarna alleen zaad de droge tijd overbrugt.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Noord-Australië: in het Northern Territory en in het noorden van West-Australië. FloraBase noemt voor West-Australië de bioregio's Darwin Coastal, Northern Kimberley en Victoria Bonaparte, in het uiterste noordoosten van de staat. De aanduiding 'Zuidwest-Australië' uit de basislijst is dus onjuist.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 6 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. De soort maakt deel uit van een groep die tot voor kort grotendeels onder Drosera indica werd samengevoegd; Lowrie splitste die in 2014 in een reeks afzonderlijke soorten. Hoe stabiel die indeling is, moet verder onderzoek uitwijzen.

Waar en wanneer te zien

Het natte seizoen in het tropische noorden loopt ruwweg van december tot april; dan staan de laagtes onder water en is de kans op deze soort het grootst. Veel van die gebieden zijn in die tijd moeilijk bereikbaar door overstroming. Houd rekening met krokodillen bij water in dit deel van Australië, en betreed geen Aboriginal-land zonder toestemming.

Staat van instandhouding

Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst en in West-Australië als 'Not threatened'. Niet in CITES. Omdat de soort pas in 2014 werd beschreven en het gebied afgelegen is, is er weinig bekend over aantallen en trends. Deze tekst berust op de korte gegevens van FloraBase en Wikipedia; de oorspronkelijke beschrijving van Lowrie (2014) is de enige uitvoerige bron en was voor deze gids niet in te zien.

Wetenschappelijke naam

Drosera aquatica | Lowrie, 2013

Beschreven door Allen Lowrie, beschreven december 2013, gepubliceerd 2014, in "Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus", deel 3, p. 1268. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort is endemisch voor het Northern Territory en West-Australië (Kimberley-regio). Van het Latijnse aquatica ("in het water levend") — verwijst naar de aquatische groeiwijze: de plant kan volledig ondergedompeld of drijvend op het wateroppervlak groeien tijdens de Australische moessonoverstromingen.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.