Alle soorten › Insecteneters › Spitsmuizen › Sorex antinorii
Sorex antinorii | Sorex antinorii
Valais Shrew | Musaraña De Valais
Sorex antinorii is een bosspitsmuis van het Italiaanse schiereiland, de zuidelijke Alpen, Zuidoost-Frankrijk en Zwitserland. Lange tijd gold hij als een chromosoomras van de gewone bosspitsmuis, het 'Wallis-ras'; op grond van chromosomen en genetisch onderzoek wordt hij sinds 2002 als aparte soort behandeld. Uiterlijk is hij niet van de gewone bosspitsmuis te onderscheiden. De Engelse naam, Valais Shrew, verwijst naar Wallis in Zwitserland. De IUCN beoordeelde hem eerder als onvoldoende bekend; sinds 2024 geldt hij als niet bedreigd.
Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Sporen
Er zijn geen sporen die alleen van deze soort zijn. Paadjes in de strooisellaag, keutels en prenten zijn gelijk aan die van de gewone bosspitsmuis. Hoge, schelle piepjes uit de vegetatie verraden een spitsmuis maar niet de soort. In braakballen van uilen zijn schedels en onderkaken van Sorex aan de roodbruine tandpunten herkenbaar; de scheiding van Sorex antinorii en de gewone bosspitsmuis is daaraan niet zeker te maken, en ook daar beslist in de praktijk de vindplaats.
Herkenning
Een middelgrote tot grote Sorex met een driekleurige vacht: een licht- tot donkerbruine rug, roodbruin getinte flanken en een lichtgrijze buik. De snuit is lang en spits, de oren zijn in de vacht verborgen en de tandpunten zijn roodbruin, zoals bij alle Sorex-soorten. De staart is korter dan kop en romp. Drachtige vrouwtjes kunnen zwaarder zijn dan de hieronder genoemde maten. Het kenmerk dat de soort werkelijk bepaalt, zit in de chromosomen: 2n = 24 bij vrouwtjes en 25 bij mannetjes, met een geslachtschromosomensysteem van één X en twee Y-chromosomen, zoals in de hele araneus-groep. Kop-romplengte 5,5 tot 8,2 cm, staart 4,0 tot 5,5 cm, achtervoet 11 tot 13 mm, gewicht 5,7 tot 13 gram.
Gelijkende soorten
De gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) is uiterlijk niet van Sorex antinorii te scheiden; beide hebben dezelfde driekleurige vacht en overlappen in alle maten. De determinatie berust op chromosomen of DNA, en in de praktijk op de vindplaats: de twee soorten leven grotendeels naast elkaar, niet door elkaar, en raken elkaar in de Alpen in smalle contactzones. In de Apennijnen leeft ook de Italiaanse bosspitsmuis (Sorex samniticus), die gemiddeld een kortere staart heeft (3,3 tot 4,5 cm), maar ook die is in het veld niet betrouwbaar te scheiden. Wel te herkennen zijn de bergspitsmuis (Sorex alpinus), eentonig donkergrijs met een staart die ongeveer even lang is als kop en romp, en de dwergspitsmuis (Sorex minutus), veel kleiner en tweekleurig, met een naar verhouding lange, dikke staart. Waterspitsmuizen (Neomys) zijn zwart met een scherp afgegrensde lichte buik en zwemharen, en witgetande spitsmuizen (Crocidura) hebben witte tanden, uitstekende oren en losse lange haren op de staart.
Leefgebied
Bergbossen van naald- en loofbomen in de Alpen en de Apennijnen, en daarbuiten plekken met een dichte, vochtige kruid- of strooisellaag, zoals bosranden en ruigten. Over het gebruik van leefgebied is voor deze soort afzonderlijk weinig gepubliceerd; veel van wat als leefgebied van de gewone bosspitsmuis in de Alpen is beschreven, gaat vermoedelijk ook voor Sorex antinorii op, maar dat is niet apart onderzocht.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Een Europese endemische soort van Italië, Zuidoost-Frankrijk en Zwitserland. Het areaal omvat het Italiaanse schiereiland en de zuidelijke Alpen; in Zwitserland onder meer Wallis. Aan de noord- en westkant grenst het aan het areaal van de gewone bosspitsmuis, met smalle contactzones in de Franse en Zwitserse Alpen waar hybriden worden gevonden. Genetisch onderzoek uit 2012 wijst op uitbreiding na de laatste ijstijd vanuit een refugium, vermoedelijk in de Apennijnen, met mogelijk een tweede in het noordoosten van Italië. Hetzelfde onderzoek vond geen steun voor Sorex arunchi, een in 1998 uit Noordoost-Italië beschreven soort, als aparte soort; de dieren daar horen genetisch bij Sorex antinorii.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Over de levenswijze is weinig gepubliceerd dat specifiek voor deze soort geldt. Over de dagindeling, de grootte van het leefgebied en de sociale organisatie zijn geen gegevens. Het voedsel lijkt op dat van de gewone bosspitsmuis: regenwormen, weekdieren, hooiwagens, spinnen, kevers en muggenlarven, in ongeveer gelijke delen. Een vrouwtje werpt twee tot drie keer per seizoen, met vijf tot zeven jongen per worp. Een winterslaap is er niet, zoals bij alle Sorex-soorten.
Waar en wanneer kijken
Een Sorex antinorii is in het veld niet als zodanig te herkennen. Een driekleurige Sorex van dit formaat op het Italiaanse schiereiland is meestal deze soort of, in de Apennijnen, de Italiaanse bosspitsmuis; in de Alpen, waar ook de gewone bosspitsmuis leeft, geeft alleen onderzoek aan chromosomen of DNA zekerheid. Noteer bij een waarneming daarom de precieze plaats en hoogte. Braakballen uit het areaal leveren gegevens op het niveau van het geslacht. Vangen van spitsmuizen is in Italië, Frankrijk en Zwitserland alleen met een vergunning toegestaan.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2024) op de Rode Lijst van de IUCN. Bij een eerdere beoordeling gold de soort als onvoldoende bekend (DD), omdat er weinig gegevens waren. Binnen het areaal is hij op de meeste plaatsen algemeen, maar over aantallen, trends en bedreigingen is weinig bekend. Hij staat op bijlage III van de Conventie van Bern.
Wetenschappelijke naam
Sorex antinorii | Bonaparte, 1840
Bonaparte beschreef de soort in 1840 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Sorex is het Latijnse woord voor de spitsmuis. antinorii eert vrijwel zeker de Italiaanse natuuronderzoeker en Afrikareiziger Orazio Antinori (1811–1882), die in die jaren met Bonaparte samenwerkte; Bonaparte licht de naam niet toe. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Italië, Lombardije.





