Alle soorten › Evenhoevigen › Holhoornigen › Nubische steenbok
Nubische steenbok | Capra nubiana
Nubian ibex | Capra ibex nubiana
De Nubische steenbok (Capra nubiana) is de kleinste steenbok en leeft in de woestijngebergten van Noordoost-Afrika en het Arabisch Schiereiland. In het gidsgebied komt hij voor in de Sinaï, in de woestijnen van Israël en in Jordanië. Hij is overdag actief en op plaatsen waar niet gejaagd wordt aan mensen gewend.
Sporen
De prent is tweetenig en blokvormig, met een harde rand, en gelijkt op die van een huisgeit. De keutels liggen in hoopjes op richels en bij rustplaatsen onder overhangende rotsen. Omdat de soort bijna dagelijks drinkt, lopen uitgesleten paadjes van de rotswanden naar bronnen en waterplassen.
Herkenning
Een slanke steenbok met een kop-romplengte van 105 tot 125 cm, een schouderhoogte van 65 tot 75 cm en een gewicht van 25 tot 70 kg; bokken zijn ongeveer twee keer zo zwaar als geiten. De vacht is licht zandbruin, het achterlijf lichter, de buik wit. De bok heeft een donkere streep aan de voorkant van de voorpoten, een donkere rugstreep en een donkere baard; in de bronst wordt hij donkerbruin tot bijna zwart. De hoorns van de bok zijn lang en slank, tot ongeveer een meter, en beschrijven een halve cirkel omhoog, naar achteren en naar beneden, met aan de voorkant dwarse knobbels. De geit draagt dunne hoorns van ongeveer 30 cm.
Gelijkende soorten
In het leefgebied van de Nubische steenbok komt geen ander wild geitachtig dier voor. De verwarring ligt bij huisgeiten van herders; die zijn meestal zwart, bont of langharig en hebben andere hoorns. Het manenschaap in Noord-Afrika leeft verder naar het westen, heeft een lange keelfranje en hoorns die opzij buigen. De alpensteenbok en de bezoargeit leven in andere gebieden; de alpensteenbok is veel zwaarder, met dikkere hoorns.
Leefgebied
Steile, rotsige woestijngebergten met kliffen, kloven en puinhellingen, in de buurt van permanente waterbronnen. De dieren foerageren in wadi's en op hellingen en trekken zich bij gevaar terug op de rotswanden.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
De soort komt voor in Egypte, Sudan, Israël, Palestina, Jordanië, Saoedi-Arabië en Oman; in Libanon en Syrië is zij uitgeroeid, en in Libanon wordt een herintroductie voorbereid. In het gidsgebied leeft zij in de Sinaï, in de Negev en de Judese woestijn in Israël en langs de Dode Zee, en in de gebergten van Jordanië langs de Dode Zee en de Wadi Araba. De wereldpopulatie wordt geschat op ongeveer 4500 volwassen dieren.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
De Nubische steenbok is overdag actief. Geiten, jongen en bokken tot ongeveer drie jaar leven in kuddes van meestal tot twintig dieren; oudere bokken leven apart of in eigen groepen. Het voedsel bestaat vooral uit grassen en bladeren, onder meer van acacia's, en wisselt met de neerslag. De dieren drinken bijna dagelijks. De bronst valt meestal in oktober en november; na een draagtijd van ongeveer vijf maanden worden tussen maart en juli één of twee jongen geboren, de meeste eind maart en in april. Natuurlijke vijanden zijn de Arabische luipaard, de Arabische wolf, de goudjakhals, de caracal, de vos, de steenarend en de lammergier; de jongen zijn het kwetsbaarst.
Waar en wanneer kijken
Het natuurreservaat Ein Gedi aan de Dode Zee is het gebied waar de soort het gemakkelijkst te zien is: de dieren komen overdag naar de bronnen en de begroeiing langs de beekjes. In Mitzpe Ramon, aan de rand van de Makhtesh Ramon, lopen steenbokken het dorp in. In Jordanië zijn de Wadi Mujib en de omgeving van Dana geschikt. Zoek in het middaglicht de schaduwrijke richels af: rustende dieren liggen daar vaak onbeweeglijk.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU, 2020). De belangrijkste bedreigingen zijn concurrentie met vee om water en voedsel, jacht, klimaatverandering, versnippering en vernietiging van het leefgebied en chemische vervuiling. In Israël is aangetoond dat de aanwezigheid van bezoekers het gedrag en het ruimtegebruik van de dieren in natuurreservaten beïnvloedt.
Wetenschappelijke naam
Capra nubiana | F. Cuvier in É. Geoffroy Saint-Hilaire & F. Cuvier, 1825
F. Cuvier in É. Geoffroy Saint-Hilaire & F. Cuvier beschreef de soort in 1825 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Capra is het Latijnse woord voor 'geit'. nubiana betekent 'van Nubië', het land aan de Nijl ten zuiden van Egypte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.


