Alle soorten › Roofdieren › Wasberen en neusberen

Wasberen en neusberen | Procyonidae

Raccoons and coatis | Prociónidos

Zoolgangende alleseters met vijf tenen aan elke voet en niet-intrekbare, gebogen klauwen. Bij de wasbeer zijn de handpalm en de vingers bezet met een uitzonderlijk dicht veld tastlichaampjes: hij zoekt zijn voedsel op de tast in ondiep water en onder stenen, en die tastzin is scherper dan zijn gezichtsvermogen — in water wordt hij nog gevoeliger, wat het bekende 'wassen' verklaart. De achtervoet kan zo ver worden gedraaid dat het dier met de kop naar beneden uit een boom komt. De staart is lang en geringd. Het gebit is dat van een alleseter: de schaarwerking is afgestompt en de kiezen zijn breed. De neusbeer wijkt af met een lange, zeer beweeglijke snuit waarmee in de strooisellaag wordt gewroet, en met wijfjes en jongen die in troepen rondtrekken terwijl de volwassen mannetjes alleen leven. Beide Europese soorten komen uit Amerika en zijn uit gevangenschap ontsnapt.

Exoten 2 soorten

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.