Alle soorten › Springspitsmuizen › Springspitsmuizen

Springspitsmuizen | Macroscelididae

Sengis | Macroscelídidos

De snuit is het gereedschap van deze familie: kegelvormig, met eigen spieren beweeglijk gemaakt en onafgebroken over de bodem tastend, waarna een lange tong mieren, termieten en kevers oppikt. Het lichaam is licht en de achterpoten zijn dun en lang; bij gevaar schiet het dier in lange sprongen weg over een net van paadjes dat het zelf schoonhoudt en dagelijks nagaat — een obstakel op zo'n paadje kost bij de vlucht letterlijk de kop, en het schoonvegen ervan neemt een groot deel van de dag. Man en wijfje leven jarenlang op één gemeenschappelijk gebied, maar verdedigen dat elk tegen soortgenoten van het eigen geslacht en trekken verder weinig met elkaar op. De worp is klein — één of twee jongen — maar ze komen behaard en met open ogen ter wereld en lopen vrijwel meteen. In Noordwest-Afrika leeft één soort, op rotsige hellingen en steenwoestijn.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen, ook waar ze zijn uitgezet om een verdwenen populatie terug te brengen. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Petrosaltator 1 soort