Alle soorten › Zangvogels › Batissen en lelogen › Woodwards vliegenvanger

Woodwards vliegenvanger | Batis fratrum

Woodwards' Batis | Batis de Woodward

Woodwards vliegenvanger is een batis van het warme laaglandbos van de zuidoostkust. Hij wijkt af van de andere batissen doordat een borstband ontbreekt: beide seksen hebben een zachtoranje gewassen borst. Het verspreidingsgebied is klein en valt vrijwel geheel binnen het gebied.

Woodwards vliegenvanger (Batis fratrum)
Foto: sandilombard — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een langzame reeks zuivere, gelijke fluittonen, hoe-hoe-hoe-hoe, vaak lang volgehouden vanuit dekking, en een zachte, dalende tweetoon. Daarnaast tjirpende tsjik-roepjes en een droog ratelen bij onraad.

Luister: RoepXC201450

Opname: Niall Perrins — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Het mannetje heeft een grijze kruin en rug, een korte witte wenkbrauwstreep, een zwart masker, een witte vleugelstreep en een witte kin en keel; borst en bovenbuik zijn licht roestoranje, zonder donkere band. Het vrouwtje is bruiner en olijfkleuriger grijs van boven, met een roodbruine vleugelstreep en een meer uitgebreide roestoranje zweem van onderen. Het oog is oranjerood. Hij beweegt rustig door de middelste etage, meestal in paren, en vliegt kort uit naar insecten.

Verwarrings­soorten

De bruinflankvliegenvanger Batis capensis en de witflankvliegenvanger Batis molitor hebben een zwarte (mannetje) of roestbruine (vrouwtje) borstband. De acaciavliegenvanger Batis soror in Mozambique is kleiner en lichter, met een smalle borstband en een geel oog. Het vrouwtje van de Kaapse kuifmonarch Trochocercus cyanomelas is grijzer, met een kuifje en een langere staart.

Leefgebied

Laagland- en kustbos, zandbos en rivierbos, dicht acaciastruweel en in Mozambique en Malawi ook dicht miombo; tot ongeveer 600 m hoogte. Foerageert in de middelste en onderste lagen, vaak in gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Van het noordoosten van KwaZulu-Natal, zuidwaarts tot rond Eshowe en Mtunzini, noordwaarts door de kustvlakte en het laagland van Mozambique tot in het noorden van dat land, met uitlopers naar de laaglandbossen van oostelijk Zimbabwe (Haroni en Rusitu) en het zuiden van Malawi. Buiten het gebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Het Dlinzabos bij Eshowe, met zijn loopbrug door de boomkruinen, en het Ngoyebos zijn klassieke plekken; verder het zandbos van Tembe en Mkhuze. Luister naar de trage fluitreeks en zoek in de middelste etage; de vogel is vaak vertrouwelijk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; plaatselijk algemeen. Het verspreidingsgebied is klein en het kustbos in KwaZulu-Natal en Mozambique wordt versnipperd door landbouw, houtkap en bebouwing, maar een deel ligt in beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Batis fratrum | (Shelley, 1900)

Shelley beschreef de soort in 1900 als Pachyprora fratrum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Batis werd in 1833 ingevoerd door Boie. Batis is een Grieks woord voor een niet te identificeren, wormen etende vogel die Aristoteles noemt; Boie gaf de naam in 1833 aan deze kleine Afrikaanse vliegenvangers. fratrum is Latijn voor 'van de broers', naar de Engelse zendelingen en vogelverzamelaars Robert en John Woodward in Zoeloeland. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit St. Luciameer, KwaZulu-Natal, Zuid-Afrika.