Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Staalvlekduif

Staalvlekduif | Turtur afer

Blue-Spotted Wood Dove | Palomita Aliazul

De staalvlekduif is de noordelijke tegenhanger van de smaragdvlekduif, een kleine grondduif van vochtige bosranden en struweel. Het beste kenmerk is de rode snavel met gele punt; de vleugelvlekken glanzen staalblauw in plaats van groen.

Staalvlekduif (Turtur afer)
Foto: Francesco Veronesi from Italy — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks koeren die versnelt en daalt, doe… doe… doe-du-du-du-dududu, sterk gelijkend op die van de smaragdvlekduif, maar gemiddeld korter, sneller van start en abrupter eindigend. Alleen met ervaring en bij goede opnames betrouwbaar te onderscheiden.

Luister: ZangXC1052661

Opname: Bernard BOUSQUET — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 21 cm, gedrongen en kortstaartig. De bovendelen zijn warm grijsbruin, de kop grijzer, de onderdelen licht wijnroze tot bleek beigegrijs met een lichtere buik. Op de vleugeldekveren liggen vijf tot zeven glanzend staalblauwe tot paarsblauwe vlekken, die in zwak licht zwart lijken. De snavel is roodpaars met een gele punt, de poten dofrood. Over de onderrug lopen twee donkere banden; de staart is grijs met een zwarte eindband. In vlucht zijn de handpennen roestbruin. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn gebandeerd en hebben een doffere snavel.

Verwarrings­soorten

De smaragdvlekduif (Turtur chalcospilos) heeft groene vleugelvlekken, een zwartachtige snavel, een lichtgrijzere kop en een drogere habitat; de glans van de vlekken wisselt met het licht, dus de snavelkleur is het betrouwbaarste kenmerk. De tamboerijnduif (Turtur tympanistria) heeft een witte onderzijde en een wit gezicht. Waar beide Turtur-vlekduiven samen voorkomen, zit de staalvlekduif doorgaans in het vochtiger, dichtere deel.

Leefgebied

Vochtige bosranden, galerij- en rivierbos, dicht struweel langs beken, open plekken en tuinen in bosgebied en de nattere delen van miombo. Foerageert op de grond op zaden en gevallen vruchten, vaak op paden en in akkertjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het noorden van het gebied: vrijwel heel Angola behalve het droge zuidwesten, het noorden en westen van Zambia, Malawi, en het noorden en midden van Mozambique; schaars en lokaal in het oosten van Zimbabwe. Ontbreekt in Zuid-Afrika, Botswana en Namibië. Verder van Senegal door West- en Centraal-Afrika tot Ethiopië en Oost-Afrika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in Zambia en Malawi langs bosranden bij beken en in galerijbos, waar de soort vaak op paden foerageert. Kijk goed naar de snavel: rood met een gele punt betekent staalvlekduif. Het samengaan met de smaragdvlekduif maakt deze soort een goede oefening in geduldig kijken. Jaarrond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het noordelijke deel van het gebied vrij algemeen. De soort verdraagt verstoorde bosranden en kleinschalige landbouw goed. Aan de zuidrand van haar areaal is zij schaars.

Wetenschappelijke naam

Turtur afer | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Columba afra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Turtur werd in 1783 ingevoerd door Boddaert. Turtur is het Latijnse woord voor de tortelduif, een klanknabootsing van het zachte koeren. afer is Latijn voor 'Afrikaans'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.