Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Spreeuw

Spreeuw | Sturnus vulgaris

Common Starling | Estornino Pinto

De spreeuw is een Europese vogel die in 1897 in Kaapstad werd uitgezet en zich sindsdien over het zuiden van Zuid-Afrika heeft verspreid. Hij is sterk gebonden aan mensen: steden, dorpen, boerderijen en akkers, waar hij in groepen over grasvelden loopt en 's avonds in grote slaapplaatsen samenkomt.

Spreeuw (Sturnus vulgaris)
Foto: Gemiwala — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een gevarieerde, klikkende en kwetterende zang met fluittonen, gekraak en veel imitaties van andere vogels en geluiden, vaak vanaf een dak of antenne met trillende vleugels. De roep is een schor tsjeerr; in vlucht een zacht prrt.

Luister: VluchtroepXC1142838

Opname: Uku Paal — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. Een gedrongen spreeuw met een korte, vierkante staart, puntige driehoekige vleugels en een lange, spitse snavel. Het broedkleed is zwart met een sterke paarse en groene glans en weinig lichte stippen; de snavel is dan geel, bij het mannetje met een blauwgrijze basis, bij het vrouwtje met een roze basis. Na de rui krijgt het verenkleed brede witte en zeemkleurige puntjes, vooral op de onderzijde, en wordt de snavel donker. De poten zijn roodbruin. Jonge vogels zijn egaal grijsbruin met een lichtere keel en een donkere snavel.

Verwarrings­soorten

De treurmaina Acridotheres tristis is groter en bruin, met een gele snavel, gele naakte huid achter het oog en witte vleugelvlekken. De roodschouderglansspreeuw Lamprotornis nitens is glanzend blauwgroen zonder stippen, met een langere staart en een geel oog. De roodvleugelspreeuw Onychognathus morio is groter en langstaartig, met roodbruine handpennen die in vlucht opvallen. Jonge spreeuwen kunnen aan een lelspreeuw Creatophora cinerea doen denken, maar die heeft een lichte stuit en zwarte vleugels en staart.

Leefgebied

Steden, dorpen, tuinen, parken, sportvelden, boerenerven en akkerland, vooral grasland met kort gras en beweide weiden. Zoekt al lopend en priemend in de bodem naar larven en andere ongewervelden, eet ook vruchten en afval. Broedt in holten in gebouwen, bomen en nestkasten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in Zuid-Afrika: talrijk in de West-Kaap en het westen en midden van de Oost-Kaap, met een geleidelijke uitbreiding naar het zuiden van de Noord-Kaap en het zuidwesten van de Vrijstaat; losse vogels verder landinwaarts. Oorspronkelijk van Europa en West-Azië, en door de mens ingevoerd in onder meer Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond in dorpen en steden van de Kaap, vaak op gazons en sportvelden. De slaapplaatsen in rietvelden en stadsbomen trekken bij zonsondergang honderden tot duizenden vogels. Wie buiten het bekende gebied een spreeuw ziet, doet er goed aan de waarneming door te geven, omdat de uitbreiding wordt gevolgd.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In Zuid-Afrika een ingevoerde soort die concurreert met inheemse holenbroeders en schade kan doen in fruitteelt en wijngaarden; hij breidt zich nog altijd langzaam uit.

Wetenschappelijke naam

Sturnus vulgaris | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sturnus voerde hij in datzelfde werk in. Sturnus is het Latijnse woord voor 'spreeuw'. vulgaris is Latijn voor 'gewoon, algemeen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.