Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Savannepieper

Savannepieper | Anthus caffer

Bushveld Pipit | Bisbita Cafre

De savannepieper is een kleine, gestreepte pieper van open bosveld, die zich bij verstoring niet in het gras drukt maar opvliegt naar een tak. Een onopvallende soort die meestal pas wordt opgemerkt aan de ijle roep, waarna de vogel stil en rechtop op een lage tak blijft zitten.

Savannepieper (Anthus caffer)
Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een herhaald, raspend zrrrt-zieet of zree-zree-zree, gezongen vanaf een tak of in een korte zangvlucht boven het bosveld. De roep bij het opvliegen is een ijl tsiep.

Luister: RoepXC199337

Opname: Niall Perrins — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een kleine, compacte pieper van 13 tot 14 cm met een vrij korte staart en een fijne snavel. De bovendelen zijn warm bruin met duidelijke donkere strepen; de onderdelen zijn buffwit met dichte, scherpe zwarte strepen op de borst die op de flanken fijner worden. Het gezicht is vrij effen, met een bleke oogring en een korte, bleke wenkbrauwstreep. De buitenste staartpennen zijn wit. Poten roze. De seksen zijn gelijk. Loopt op de grond in schaduwrijke plekken onder bomen en wipt licht met de staart.

Verwarrings­soorten

De boompieper (Anthus trivialis) is groter, met een langere staart, een meer olijfkleurige rug en zwaardere borststrepen die scherp overgaan in fijn gestreepte flanken; hij is een zomergast en roept een schor spiez. De kortstaartpieper (Anthus brachyurus) is nog kleiner en donkerder, heeft een nog kortere staart en leeft in open grasland zonder bomen. De bospieper (Anthus nyassae) is veel groter, met een lange staart en een zwaardere snavel.

Leefgebied

Open bosveld met een schaarse ondergroei, vooral gemengd bosveld, acaciasavanne en de randen van miombo, vaak op plekken met kaal of kortgegraasd terrein tussen de bomen. Foerageert op de grond in gras en bladstrooisel op insecten en sluit zich buiten de broedtijd soms aan bij gemengde foerageergroepen. Het nest is een klein, dikwandig kommetje van gras aan de voet van een graspol.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Lokaal algemeen in het noordoosten van Zuid-Afrika (Limpopo, Mpumalanga, Noordwest en het noorden van KwaZulu-Natal), in Eswatini, oostelijk Botswana, centraal Zimbabwe en het zuiden van Mozambique, verder verspreid en schaarser in Zambia en Malawi. Buiten het gebied in losse populaties van Tanzania en Kenia tot Ethiopië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Loop in het vroege broedseizoen (oktober–december) door open bosveld, bijvoorbeeld in het Kruger Park of de reservaten van Limpopo, en luister naar de raspende zang. Een pieper die bij verstoring een boom in vliegt en daar stil blijft zitten, is in de winter vrijwel altijd deze soort; in de zomer moet de boompieper worden uitgesloten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is lokaal algemeen in geschikt bosveld; grote aantallen worden alleen zelden gezien door de onopvallende levenswijze.

Wetenschappelijke naam

Anthus caffer | Sundevall, 1850

Sundevall beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Anthus werd in 1805 ingevoerd door Bechstein. Anthus is het Latijnse woord voor een klein vogeltje van graslanden dat Plinius de Oudere noemt. caffer is een verouderde geografische aanduiding uit de koloniale tijd voor het oosten en noorden van zuidelijk Afrika; de term was in de naamgeving van die tijd gangbaar, maar wordt tegenwoordig als kwetsend beschouwd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mohapoaniberg bij de Limpopo, Zuid-Afrika.