Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Pels borstelneus

Pels borstelneus | Gymnobucco peli

Bristle-Nosed Barbet | Barbudo de Pinceles

De Pels borstelneus is een donkerbruine bosbaardvogel met opvallende lichte borstelplukken boven de snavel, een West- en Centraal-Afrikaanse soort die het gebied alleen in het uiterste noordwesten van Angola bereikt. Hij broedt in kolonies in dode bomen, vaak met tientallen holen in één stam.

Pels borstelneus (Gymnobucco peli)
Foto: Gwili Gibbon — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Weinig muzikaal: nasale, piepende en krassende roepjes, njee en tsjer, en een aanhoudend geroezemoes van piepjes bij de kolonie; geen echte zang.

Luister: RoepXC762139

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 17 cm, eentonig donker chocoladebruin met een iets lichtere, grijsbruine keel en een licht gestreepte borst. Boven de snavelbasis staan twee dichte, bleek geelbruine borstelplukken die de neusgaten bedekken en de soort haar naam geven; de kop is, in tegenstelling tot die van verwanten, volledig bevederd. De snavel is zwaar en zwartachtig, het oog donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben kleinere plukken en een lichtere snavelbasis.

Verwarrings­soorten

De kaalkopbaardvogel (Gymnobucco calvus) heeft een vrijwel kale, zwartachtige kop, veel kleinere neusplukken, een bleke, hoornkleurige snavel en een lichtere keel. De geelparelbaardvogel (Tricholaema hirsuta) is geel en zwart gevlekt en heeft een gestreepte kop. Donkerbruin verenkleed met grote lichte neusplukken is kenmerkend.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig laaglandbos, secundair bos, oude kapvlakten en boomrijk cultuurland waar dode bomen blijven staan. Leeft sociaal en eet vooral vruchten, vooral van vijgen en oliepalm, aangevuld met insecten. De kolonie hakt holen in één of enkele dode stammen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het uiterste noordwesten van Angola, in Cabinda en mogelijk plaatselijk in de bossen ten zuiden van de Congo-rivier. Buiten het gebied van Ghana en het zuiden van Nigeria via Kameroen en Gabon tot Congo-Brazzaville en het westen en midden van Congo-Kinshasa.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in Cabinda naar dode, staande bomen in open plekken of akkers met een reeks ronde holen; bij de kolonie is altijd bedrijvigheid. Vergelijk bij een groep altijd de kop: kaalkopbaardvogels kunnen in dezelfde bomen zitten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het grootste deel van het areaal algemeen. Profiteert van open plekken en secundaire groei, maar is afhankelijk van staand dood hout voor de kolonie; het kappen van zulke bomen kan een lokale kolonie doen verdwijnen.

Wetenschappelijke naam

Gymnobucco peli | Hartlaub, 1857

Hartlaub beschreef de soort in 1857 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Gymnobucco werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Gymnobucco komt van het Griekse gymnos, 'naakt', en Bucco, een oude geslachtsnaam voor baardvogels — naar de grotendeels kale kop van deze baardvogels. peli eert Hendrik Severinus Pel (1818–1876), Nederlands bestuurder en verzamelaar aan de Goudkust (Ghana). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dabocrom, Ghana.