Alle soorten › Zangvogels › Brilvogels › Noordelijke Afrikaanse brilvogel
Noordelijke Afrikaanse brilvogel | Zosterops senegalensis
Northern Yellow White-Eye | Anteojitos Senegalés
De noordelijke Afrikaanse brilvogel is een kleine, heldergele brilvogel die van West-Afrika tot Ethiopië en Tanzania voorkomt en het gebied alleen in het noorden en midden van Angola bereikt. Sinds de splitsing van de vroegere ‘Afrikaanse geelbrilvogel’ is de zuidelijke tegenhanger een aparte soort, zodat oudere waarnemingen uit de rest van het gebied bij de zuidelijke Afrikaanse brilvogel horen.
Geluid
De contactroep is een zacht, klagend tsiu of twie, aanhoudend herhaald door de leden van een groepje. De zang, vooral in de vroege ochtend, is een snelle, zoete, kabbelende reeks van hoge fluittonen en tjilpjes.
Opname: Paweł Szymański — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
10–11 cm, klein en compact. De bovendelen zijn geelgroen, het voorhoofd en de teugels helder geel. Rond het oog ligt een duidelijke witte ring, aan de voorzijde onderbroken door een smal zwart streepje vóór het oog. De onderdelen zijn geheel helder citroengeel, zonder grijze of bruingele flanken. De snavel is dun, spits en donker, de poten zijn blauwgrijs. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een smallere oogring. De Angolese vormen zijn iets donkerder groen van boven dan de Oost-Afrikaanse. Trekt in kleine, luidruchtige groepjes door het gebladerte en hangt daarbij als een mees aan twijgen.
Verwarringssoorten
De zuidelijke Afrikaanse brilvogel Zosterops anderssoni is in het veld nauwelijks te onderscheiden en komt in het zuiden en oosten van Angola voor; verspreiding is het belangrijkste kenmerk, al is die soort iets lichter geelgroen van boven. De gele rietzanger Iduna natalensis is groter, mist de witte oogring en leeft laag in ruigte langs water. De groenkaperemomela Eremomela scotops heeft een grijze keel, geen witte oogring en een groene kruin, en foerageert in dezelfde boomkruinen.
Leefgebied
Miombo en ander open loofbos, bosranden, galerijbos langs rivieren en struweelrijke savanne; ook in tuinen en boomgaarden. Foerageert in de boomkruinen op kleine insecten, nectar en zacht fruit, vaak in gemengde groepen met andere kleine zangvogels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied alleen in Angola: in het noordoosten (Lunda), in het noordwesten (Cuanza Norte en Cuanza Sul) en in het centrale hoogland van Malanje tot het Bié-plateau; de precieze grens met de zuidelijke Afrikaanse brilvogel is onduidelijk. Verder verspreid van Senegal en Sierra Leone oostwaarts tot Eritrea en Ethiopië, en zuidwaarts via Oeganda en Kenia tot het noorden van Tanzania en het zuiden van Congo-Kinshasa.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond; zoek in bosranden en galerijbos in het noorden en midden van Angola naar groepjes kleine gele vogels en luister naar het zachte, klagende tsiu. Bepaal de soort op grond van de vindplaats; een foto van boven- en onderzijde helpt bij twijfelgevallen in het overgangsgebied.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Algemeen en wijdverspreid in een groot areaal en tolerant voor verstoord bos, tuinen en aanplant. De Angolese vormen worden door sommige auteurs als een aparte soort, de Angolese brilvogel, beschouwd; hun status is nog weinig onderzocht.
Wetenschappelijke naam
Zosterops senegalensis | Bonaparte, 1850
Bonaparte beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Zosterops werd in 1827 ingevoerd door Vigors & Horsfield. Zosterops komt van het Griekse zōstēr, 'gordel', en ōps, 'oog' — naar de witte oogring die de meeste brilvogels hebben. senegalensis is Latijn voor 'van Senegal', waar de soort voor het eerst werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.

