Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Langsnavelpieper

Langsnavelpieper | Anthus similis

Long-Billed Pipit | Bisbita Piquilargo

De langsnavelpieper in de huidige, enge opvatting is een pieper van Oost-Afrika tot India, die in het gebied alleen in de hooglanden van Angola voorkomt. De vogels van Zuid-Afrika, Namibië en omgeving die in oudere gidsen deze naam dragen, horen nu bij Nicholsons pieper.

Langsnavelpieper (Anthus similis)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang lijkt op die van Nicholsons pieper: een langzame reeks luide, afgemeten tjirpende noten met pauzes, tsjrip ... tsjuwie ... tsjrip, vanaf een rots of boomtop of in een zangvlucht. De roep is een scherp tsjip of een nasaal tsjwie.

Luister: ZangXC951035

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17 tot 20 cm, een grote, slanke pieper met een lange snavel en lange staart. De bovendelen zijn warm grijsbruin met vage donkere strepen op mantel en kruin; de wenkbrauwstreep is bleek buff, de baardstreep smal en donker. De onderdelen zijn buff tot kaneelbuff, met fijne, vage streepjes op de borst. De middelste vleugeldekveren hebben donkere centra met buff randen. De snavelbasis is geelachtig tot roze. De buitenste staartpennen zijn buff. Houding horizontaal, met regelmatig staartwippen. Seksen gelijk; de Angolese vogels zijn relatief donker en warm getint.

Verwarrings­soorten

Nicholsons pieper (Anthus nicholsoni) is vrijwel gelijk en alleen op verspreiding en ondersoortkenmerken te scheiden; in het zuidwesten van Angola kunnen beide elkaar naderen. De bospieper (Anthus nyassae) is kleiner, korter van snavel, duidelijker gestreept op de mantel en leeft in miombo. De langpootpieper (Anthus pallidiventris) van het noordwesten van Angola is gedrongener, langer gepoot en leeft op kort grasland in het laagland. De Vaalrivierpieper (Anthus vaalensis) heeft een effen rug en leeft op vlak, kaal grasland.

Leefgebied

Rotsige en stenige berghellingen met gras, verspreide struiken en bomen, randen van bergbos en open, stenige plekken in het hoogland. Foerageert op de grond naar insecten en zit graag op rotsblokken en in bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in de hooglanden van West-Angola, onder meer rond de Mount Moco. Oudere meldingen onder deze naam elders in het gebied, ook in databanken, betreffen vrijwel steeds Nicholsons pieper of de bospieper. Daarbuiten van het oosten van de Democratische Republiek Congo, Rwanda en Burundi via Oost-Afrika en Ethiopië tot de berggebieden van de Sahel, en verder van het Midden-Oosten tot India en Myanmar.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het gebied is dit een soort voor wie de Angolese hooglanden bezoekt: zoek rond de Mount Moco op rotsige, begraasde hellingen boven de boslijn. Controleer waarnemingen buiten Angola kritisch: elders in zuidelijk Afrika gaat het om Nicholsons pieper. Leg bij twijfel de zang vast.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Over het geheel een wijdverspreide soort met een zeer groot areaal. De kleine Angolese populatie is weinig bekend; het hoogland rond de Mount Moco staat onder druk door branden, begrazing en akkerbouw.

Wetenschappelijke naam

Anthus similis | (Jerdon, 1840)

Jerdon beschreef de soort in 1840 als Agrodoma similis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anthus werd in 1805 ingevoerd door Bechstein. Anthus is het Latijnse woord voor een klein vogeltje van graslanden dat Plinius de Oudere noemt. similis is Latijn voor 'gelijkend'; op welke andere pieper de vogel zou lijken, wordt in de beschrijving niet gezegd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jalna in India.