Alle soorten › Spechtachtigen › Honingspeurders › Kleinste honingspeurder

Kleinste honingspeurder | Indicator exilis

Least Honeyguide | Indicador Chico

De kleinste honingspeurder is een donkere, gedrongen honingspeurder van het equatoriale woud die in het gebied alleen de uiterste noordrand bereikt. Hij zit vaak lang stil in het bladerdak en valt vooral op door zijn roep.

Kleinste honingspeurder (Indicator exilis)
Foto: Kristof Zyskowski — CC0 1.0 · iNaturalist

Geluid

Weinig gedocumenteerd. Een reeks van vijf tot tien snelle, iets trillende tonen, trie-trie-trie, vanaf een vaste roeptak, en korte hoge roepjes.

Luister: ZangXC363891

Opname: James Bradley — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 13 cm, klein maar met een opvallend dikke, korte snavel. Bovendelen donker olijfgroen met gele randjes aan de vleugelveren, kop donker olijfgrijs met een duidelijk wit teugelvlekje en een zwarte baardstreep. Onderdelen grijs met een olijftint, naar de buik lichter; de flanken zijn soms fijn gestreept. De buitenste staartpennen zijn wit. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bleke honingspeurder (Indicator meliphilus) is lichter en egaler, zonder baardstreep en met een fijnere snavel. De kleine honingspeurder (Indicator minor) is groter, met een grijzere kop en lichtere onderzijde. De dwerghoningspeurder (Prodotiscus insignis) heeft een dunne, spitse snavel en geen baardstreep.

Leefgebied

Groenblijvend woud, galerijbos langs rivieren, bosranden en oude secundaire bosopslag. Eet was, bijenlarven en insecten. Broedparasiet van kleine holenbroeders, vooral ketellappers en kleine baardvogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Alleen aan de noordrand van het gebied: het noorden en noordwesten van Angola en het noordwesten en noorden van Zambia, vooral in galerijbossen. Verder over het bosgebied van West- en Centraal-Afrika van Senegal tot Oeganda en het westen van Kenia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het gebied het meest kansrijk in de galerijbossen van het district Mwinilunga in Zambia en in de bossen van het noorden van Angola. Luister naar de roep in het bladerdak en controleer elke honingspeurder op de zwarte baardstreep en de dikke snavel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in Centraal-Afrika wijdverspreid. In het gebied schaars en plaatselijk, en kwetsbaar voor de kap van galerijbossen.

Wetenschappelijke naam

Indicator exilis | (Cassin, 1856)

Cassin beschreef de soort in 1856 als Melignothes exilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Indicator werd in 1815 ingevoerd door Stephens. Indicator is Latijn voor 'aanwijzer, verklikker' — naar het beroemde gedrag van de grote honingspeurder, die mensen naar bijennesten leidt. exilis is Latijn voor 'klein, tenger' — naar het geringe formaat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Moonda-rivier, Gabon.