Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Kaapse tortel

Kaapse tortel | Streptopelia capicola

Ring-Necked Dove | Tórtola del Cabo

De Kaapse tortel is de lichtgrijze tortel met een zwarte halsband die in heel zuidelijk Afrika de klankkleur van het bosveld bepaalt. Haar driedelige roep klinkt van zonsopgang tot de hitte van de middag uit elke doornstruik.

Kaapse tortel (Streptopelia capicola)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een ritmisch, driedelig en eindeloos herhaald koe-KOERR-koe met de klemtoon op de middelste lettergreep, in het Engels vaak weergegeven als work HAR-der. Bij de landing een raspend, knorrend krrrrr.

Luister: ZangXC1157499

Opname: Walter Wallner — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 27 cm. Het verenkleed is egaal licht grijsbruin, op kop en borst met een zwakke roze of lila tint, naar de buik toe lichter tot wittig. Op de achterhals ligt een smalle zwarte halsband, aan de bovenkant soms wit omzoomd. Het oog is donker, zonder opvallende rode oogring, de snavel zwart en de poten paarsrood. De staart is grijsbruin met brede witte hoeken en witte buitenranden, in vlucht opvallend. Vogels in het westen en het droge binnenland zijn bleker dan die in het oosten. De seksen zijn gelijk; jonge vogels missen de halsband grotendeels en hebben lichte randjes aan de veren.

Verwarrings­soorten

De roodoogtortel (Streptopelia semitorquata) is groter en donkerder, met een roze kop, een lichte voorhoofd, een donkerrood oog met rode oogring en een staart met een lichtgrijze in plaats van witte eindband. De treurtortel (Streptopelia decipiens) heeft een grijze kop, een licht, geelachtig oog met een rode oogring en een meer witte buik. De palmtortel (Spilopelia senegalensis) mist een halsband en is roodbruin met een gestippelde borst.

Leefgebied

Vrijwel alle open tot halfopen landschappen met bomen of struiken: acaciasavanne, Kalahari-doornveld, mopane- en miomboveld, Karoo-struweel met bomen langs droge rivierbeddingen, landbouwgebied en tuinen. Mijdt alleen gesloten bos en boomloze vlakten. Foerageert op de grond op zaden en graan en is sterk aan drinkplaatsen gebonden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het hele gebied algemeen, van de West-Kaap en Lesotho tot Namibië, Botswana, Zimbabwe, Mozambique, Zambia, Malawi en het zuiden en midden van Angola; schaars in hooggebergte, aaneengesloten bos en de kale kustwoestijn. Daarbuiten noordwaarts via Oost-Afrika tot in Ethiopië en Somalië, en in het zuiden van Congo-Kinshasa.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Overal waar bomen en water samenkomen; bij drinkplaatsen in het Kalahari- of mopaneveld komen in de late ochtend honderden vogels tegelijk drinken. Luister naar de driedelige roep die het geluidsdecor van het bosveld vormt. Vergelijk op zulke plekken rustig met de roodoogtortel en, in het noorden, met de treurtortel. Jaarrond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en een van de talrijkste vogels van zuidelijk Afrika. De soort heeft geprofiteerd van kunstmatige waterpunten en landbouw. Zij wordt plaatselijk bejaagd, zonder merkbaar effect op de aantallen.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia capicola | (Sundevall, 1857)

Sundevall beschreef de soort in 1857 als Columbam vinaceam var. capicolam; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. capicola betekent 'bewoner van de Kaap', van Cap en het Latijnse -cola, 'bewoner' — naar de herkomst van het eerste exemplaar. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rondebosch (Kaapstad), Zuid-Afrika.