Alle soorten › Stormvogelachtigen › Albatrossen › Indische geelneusalbatros

Indische geelneusalbatros | Thalassarche carteri

Indian Yellow-Nosed Albatross | Albatros Clororrinco Pacífico

De Indische geelneusalbatros is de mollymawk van de Indische Oceaan en de enige geelneusalbatros die binnen het gebied broedt, op de Prins Edwardeilanden. Voor het vasteland is het de algemeenste albatros langs de oostkust, waar hij in de winter tot vlak onder de kust kan komen.

Indische geelneusalbatros (Thalassarche carteri)
Foto: Antoine Lamielle — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zelden te horen; bij voedselconcurrentie keelachtige, kwetterende kreten. In de kolonie een schor balken en snavelgeklepper tijdens de balts.

Luister: OpnameXC1107114

Opname: Morgan Pickering — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

71–82 cm, spanwijdte rond 2 m. Klein en slank, met lange smalle vleugels. Volwassen vogels hebben een vrijwel witte kop, soms met een zeer lichte grijze waas op de wangen, en een donkere vlek voor het oog; mantel, bovenvleugel en staart zijn zwartachtig, romp en onderdelen wit. De ondervleugel is wit met een smalle zwarte voor- en achterrand. De snavel is zwart met een gele bovenrand die in een roodachtige punt eindigt; aan de basis is de gele band breed en stomp afgerond. Jonge vogels hebben een witte kop en een geheel zwarte snavel. Zweeft licht en behendig, dicht boven de golven.

Verwarrings­soorten

De Atlantische geelneusalbatros (Thalassarche chlororhynchos) heeft bij volwassen vogels een duidelijk grijze kop en een gele snavelrug die aan de basis spits toeloopt; jonge vogels van beide soorten zijn in het veld vrijwel niet te scheiden. De grijskopalbatros (Thalassarche chrysostoma) is forser, met een donkergrijze kop en geel langs boven- en onderrand van de snavel. De wenkbrauwalbatros (Thalassarche melanophris) is groter, met een geheel oranjegele snavel, een donkere 'wenkbrauw' en een veel bredere zwarte rand op de ondervleugel.

Leefgebied

Open oceaan, vooral subtropische en warm-gematigde wateren van de Indische Oceaan; komt in de winter tot boven het plat en soms tot in de branding, en volgt trawlers en langlijnschepen. Eet pijlinktvis, vis en kreeftachtigen van het oppervlak. Broedt op steile, begroeide hellingen en rotsruggen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Broedt op Marion en Prince Edward (Prins Edwardeilanden). Voor het vasteland jaarrond aanwezig, maar vooral van april tot oktober talrijk voor de oostkust van Zuid-Afrika, van de Oost-Kaap tot KwaZulu-Natal en zuidelijk Mozambique; voor de westkust in kleinere aantallen tussen de Atlantische geelneusalbatrossen. Broedt verder op Crozet, Kerguelen, Amsterdam en St. Paul en foerageert over de zuidelijke Indische Oceaan tot voor Australië en Nieuw-Zeeland.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vanaf de kust van KwaZulu-Natal en de Oost-Kaap is dit de albatros met de meeste kans: kijk in de winter bij harde zuidwestenwind vanaf een hoge kaap of pier, of ga mee op een pelagische tocht vanuit Durban of Port Elizabeth (Gqeberha). Voor de westkust vergt het scheiden van de Atlantische geelneusalbatros een goede blik op kop en snavelbasis.

Staat van instandhouding

Bedreigd. De grootste kolonie, op Amsterdam, gaat hard achteruit door vogelcholera en een bacteriële ziekte die kuikens doodt; daarnaast sterven veel vogels als bijvangst in de langlijnvisserij. De Prins Edwardeilanden zijn een beschermd natuurreservaat, en maatregelen tegen bijvangst in Zuid-Afrikaanse wateren beperken de sterfte.

Wetenschappelijke naam

Thalassarche carteri | (Rothschild, 1903)

Rothschild beschreef de soort in 1903 als Thalassogeron carteri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thalassarche werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Thalassarche komt van het Griekse thalassa, 'zee', en arkhos, 'heerser' — 'heerser over de zee', naar deze meesterlijke zweefvliegers van de open oceaan. carteri eert de Engels-Australische ornitholoog en veeboer Thomas Carter (1863–1931), die het typeexemplaar bij Point Cloates in West-Australië verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Point Cloates, West-Australië.