Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Hemprichs meeuw

Hemprichs meeuw | Ichthyaetus hemprichii

Sooty Gull | Gaviota Cejiblanca

Hemprichs meeuw is een donkere, middelgrote meeuw van de Rode Zee, de Golf van Aden en de kusten van Arabië en Oost-Afrika. In zuidelijk Afrika is hij een zeer zeldzame dwaalgast die vanuit het noorden langs de Mozambikaanse kust zakt.

Hemprichs meeuw (Ichthyaetus hemprichii)
Foto: Mohammad Chawki — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hees, klagend kee-aaw en een langgerekte, lachende reeks; in het gebied meestal stil.

Luister: RoepXC1034337

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

42–45 cm. Een forse, langvleugelige meeuw met een lange, zware snavel, geelgroen met een zwarte band en een rode punt. Volwassen vogels hebben een donker sepiabruine kap en keel, een witte halve ring boven het oog, een witte halsband tussen de bruine keel en de grijsbruine borst, en donker grijsbruine bovendelen. De vleugel is donker met een witte achterrand; de staart is wit. De poten zijn groengeel. Onvolwassen vogels zijn egaal grijsbruin, zonder witte halsband, met een zwarte staarteindband en een grijsblauwe snavel met donkere punt.

Verwarrings­soorten

De kleine mantelmeeuw Larus fuscus heeft een witte kop en onderdelen en een gele snavel met een rode vlek, zonder bruine kap. Onvolwassen kelpmeeuwen Larus dominicanus zijn eveneens donkerbruin, maar groter en zwaarder, met een geheel zwarte snavel en een lichtere, gevlekte kop. De bruine kap met de witte halsband en de tweekleurige snavel maken Hemprichs meeuw in volwassen kleed onmiskenbaar.

Leefgebied

Kustwateren, havens, zandbanken, estuaria en vissersstranden, waar de soort visafval en aas eet en andere zeevogels berooft. Rust vaak op stranden tussen sterns.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied enkele waarnemingen aan de kust van Mozambique, vooral in het zuiden en rond Inhambane, en uitzonderlijk verder zuidwaarts tot KwaZoeloe-Natal. Broedt op eilanden in de Rode Zee, de Golf van Aden en de Arabische Zee, en overwintert langs de kust van Oost-Afrika tot Kenia en Tanzania.

Hoe en wanneer kijken

Kans op deze soort is er vooral op vissersstranden en in havens langs de zuidelijke Mozambikaanse kust, tussen groepen grijskopmeeuwen en sterns. Een bruinkoppige meeuw met een witte halsband is altijd het fotograferen waard.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de IUCN voert de soort onder de oudere naam Larus hemprichii. De populatie is beperkt tot een relatief klein gebied en kwetsbaar voor olieverontreiniging en verstoring van broedeilanden. Zonder betekenis voor het behoud in zuidelijk Afrika.

Wetenschappelijke naam

Ichthyaetus hemprichii | (Bruch, 1855)

Bruch beschreef de soort in 1855 als Larus (Adelarus) Hemprichii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ichthyaetus werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Ichthyaetus is Grieks, van ikhthus 'vis' en aetos 'arend', dus 'visarend'. hemprichii eert de Duitse natuuronderzoeker Wilhelm Hemprich (1796–1825), die omkwam tijdens een expeditie naar Egypte en het Midden-Oosten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Rode Zee.