Alle soorten › Spechtachtigen › Honingspeurders › Grijze honingspeurder

Grijze honingspeurder | Prodotiscus zambesiae

Green-Backed Honeybird | Indicador del Zambeze

De grijze honingspeurder is een kleine, grijsgroene honingspeurder van het miombo, niet groter dan een brilvogel. Hij zoekt zijn voedsel, was en schildluizen, hoog in de kronen en legt zijn eieren in de nesten van kleine zangers.

Grijze honingspeurder (Prodotiscus zambesiae)
Foto: GLENN STOCKIL — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Meestal stil. Een dun, hoog tsiet en tijdens de baltsvlucht een zacht knisperend vleugelgeluid.

Luister: RoepXC441139

Opname: Carl Beel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 11–12 cm, klein en slank, met een korte, fijne snavel. De bovendelen zijn olijfgroen met een grijze kop, de onderdelen lichtgrijs tot vuilwit, met de witste keel en buik. De buitenste staartpennen zijn wit en vallen op bij het wegvliegen; de witte donsplukken aan de zijkanten van de stuit zijn soms zichtbaar tijdens de balts. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bruinrughoningspeurder (Prodotiscus regulus) is groter, bruiner op de rug en grijzer van onderen, en leeft meer in bosranden en tuinen. De fitis (Phylloscopus trochilus) en brilvogels missen de witte buitenste staartpennen en foerageren beweeglijker. De kleinste honingspeurder (Indicator exilis) heeft een dikkere snavel en een donkere mondstreep.

Leefgebied

Miombo en ander breedbladig bosveld, ook bosranden en oeverbos. Zoekt schildluizen en was op takken en bladeren hoog in de kroon en vangt insecten in de vlucht. Legt eieren in de nesten van kleine zangers, vermoedelijk vooral brilvogels en eremomela's.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Het miombo in het noorden en oosten van het gebied: Angola (midden en oosten), Zambia, Malawi, Zimbabwe (vooral het noorden en oosten) en het midden en noorden van Mozambique. Daarbuiten tot het zuiden van Congo-Kinshasa, Tanzania en Kenia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Weinig waargenomen; let in gemengde foerageergroepen in het miombo op een klein grijsgroen vogeltje dat bij het opvliegen witte staartzijden toont. Het broedseizoen, van september tot december, is de beste tijd, wanneer de baltsvlucht boven de kronen zichtbaar is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Door zijn onopvallendheid wordt de soort onderwaargenomen; grootschalige kap van miombo voor houtskool en landbouw vermindert plaatselijk het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Prodotiscus zambesiae | Shelley, 1894

Shelley beschreef de soort in 1894 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Prodotiscus werd in 1850 ingevoerd door Sundevall. Prodotiscus is een verkleinvorm van Prodotes, een oude naam voor honingspeurders, van het Griekse prodotēs, 'verrader' — naar de vogels die mens en ratel naar bijennesten 'verraden'. zambesiae verwijst naar de Zambezi en het gebied eromheen, waar de soort werd ontdekt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zomba, Malawi.