Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Geelkopbaardvogel

Geelkopbaardvogel | Stactolaema anchietae

Anchieta's Barbet | Barbudo de Anchieta

De geelkopbaardvogel is een middelgrote, donkerbruine baardvogel met een lichtgele kop, beperkt tot het miombo-plateau van Angola, Zambia en het zuiden van Congo-Kinshasa. Hij leeft in kleine familiegroepen die samen vijgenbomen afgaan en gezamenlijk een broedholte gebruiken.

Geelkopbaardvogel (Stactolaema anchietae)
Foto: Niall Perrins — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een reeks zachte, holle, uilachtige fluittonen, hoe-hoe-hoe-hoe, vaak lang volgehouden vanaf een verborgen zitplaats, en daarnaast een schor, piepend gekwetter en droge tsjrrr-notities van groepsleden die met elkaar in contact blijven.

Luister: RoepXC660585

Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 18 cm, gedrongen, met een korte staart en een zware zwartachtige snavel met borstels aan de basis. Voorhoofd, kruin en wangen zijn bleekgeel tot geelwit, scherp afgezet tegen de donkerbruine nek en rug. De onderdelen zijn donkerbruin met lichte, gelige streepjes en vlekjes op keel en borst; de vleugelpennen hebben smalle gele randen. De ondersoorten verschillen in de intensiteit van het geel: vogels in het westen van Angola hebben een witachtiger kop, die in Zambia en Katanga een diepgeler gezicht. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een doffere, bruiner gevlekte kop.

Verwarrings­soorten

Whytes baardvogel (Stactolaema whytii), die in het noordoosten van Zambia en in Malawi voorkomt, heeft alleen een geel voorhoofd en gele wenkbrauwstreep, een wit vlak op de vleugel en een effen bruinere kop. De witoorbaardvogel (Stactolaema leucotis) is zwart met een witte streep achter het oog en een witte buik en komt in het gebied alleen in het oosten van Mozambique voor. De bleekgele kop op een verder donker lichaam is kenmerkend.

Leefgebied

Miombo en ander breedbladig bosveld op het plateau, vooral waar grote vijgen, Uapaca en andere vruchtdragende bomen staan, verder oeverbos en boomrijke randen van dambo's. Eet vooral vruchten, aangevuld met insecten. Hakt een holte uit in dood hout; een broedpaar wordt vaak door eerdere jongen geholpen, en de groep slaapt samen in een holte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Het centrale en oostelijke plateau van Angola en het noorden en westen van Zambia, oostwaarts tot ongeveer de Copperbelt en het noorden van de Provincie Noord; plaatselijk en schaars. Buiten het gebied alleen in het zuidoosten van Congo-Kinshasa (Katanga).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in miombo naar vruchtdragende vijgen, waar de groep zich samen met andere baardvogels en toerako's voedt. De holle roep verraadt de vogel, maar hij zit vaak stil en onopvallend in het bladerdak. In het noordwesten van Zambia (rond Mwinilunga) en op het Angolese plateau zijn de kansen het best.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het areaal is beperkt maar vrij groot, en de soort is plaatselijk algemeen. Kap van miombo voor houtskool en landbouw vermindert lokaal het leefgebied, vooral het verdwijnen van grote vruchtbomen en staand dood hout.

Wetenschappelijke naam

Stactolaema anchietae | (Bocage, 1869)

Bocage beschreef de soort in 1869 als Buccanodon anchietae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Stactolaema werd in 1870 ingevoerd door Marshall & Marshall. Stactolaema komt van het Griekse staktos, 'druppelend', en laimos, 'keel' — naar de gestreepte, als het ware betraande keel en borst van de typesoort. anchietae eert de Portugese natuuronderzoeker José Alberto de Oliveira Anchieta (1832–1897), die in Angola verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caconda, Angola.