Alle soorten › Zangvogels › Tsjagra's en bosklauwieren › Gabonpoederdonsklauwier
Gabonpoederdonsklauwier | Dryoscopus angolensis
Pink-Footed Puffback | Cubla Patirrosada
De Gabonpoederdonsklauwier is een kleine, grijze boomklauwier van het regenwoud van Centraal-Afrika, die binnen het gebied alleen in het noorden en westen van Angola voorkomt. Hij heeft het losse, pluizige stuitverenkleed van de poederdonsklauwieren, maar mist het contrastrijke zwart-wit van de gewone soort en valt vooral op door zijn roze poten.
Geluid
Minder luidruchtig dan de poederdonsklauwier. Een herhaalde, harde tsjek of tsjik als contactroep, een snerpend ratelend tsjrrr-tsjrrr bij onraad en een zachte, fluitende reeks van het mannetje. Bij de balts klinkt ook het klappen van de vleugels.
Opname: Paulina Meller — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–17 cm. Het mannetje is leigrijs van boven met een donkerder grijze kruin en nek, zwartachtige vleugels en staart zonder witte randen, en wit tot lichtgrijs van onderen met grijze flanken. De stuitveren zijn lang en grijs en worden bij het baltsen opgezet. De snavel is zwart met een haakje, het oog roodbruin en de poten zijn opvallend roze of vleeskleurig. Het vrouwtje heeft een grijze kop, een olijfbruine rug en een warm roestbruine tot okerkleurige keel en borst. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn doffer en fijn gebandeerd.
Verwarringssoorten
De poederdonsklauwier Dryoscopus cubla heeft een glanzend zwarte kap en rug, witte randen aan de vleugelveren, een helderrood oog en blauwgrijze poten; het vrouwtje daarvan is witachtig van onderen met een witte wenkbrauwstreep. De grijze bosklauwier Chlorophoneus bocagei heeft een zwarte kruin en oogmasker en een wit voorhoofd. De broebroe Nilaus afer heeft een brede witte wenkbrauwstreep en een kastanjebruine flankstreep en leeft in open bosveld.
Leefgebied
Vochtig groenblijvend woud in heuvels en gebergte, vooral de kronen en middenlaag van bosranden, open plekken en oud secundair bos, en ook galerijbos. Zoekt als een mees tussen bladeren en klimplanten naar insecten en larven, vaak in gemengde foerageergroepen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied alleen in Angola: in de vochtige bossen van de westelijke escarpementzone en in bos in het noorden van het land. Verder in de bosgebieden van Kameroen en Gabon oostwaarts door Congo en de Democratische Republiek Congo tot de Albertijnse Rift, Oeganda en het westen van Kenia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in Angola in de escarpementbossen, zoals rond Kumbira en in het Amboim-gebied, in gemengde groepen die door de kronen trekken. Let op een grijze klauwier met roze poten die als een mees aan de bladeren hangt; het vrouwtje is met haar roestkleurige borst vaak eerder op te merken dan het mannetje.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd over het hele areaal. In Angola is het leefgebied klein en versnipperd, en de escarpementbossen staan onder druk door kap voor landbouw en de teelt van koffie; daar is de soort plaatselijk kwetsbaar.
Wetenschappelijke naam
Dryoscopus angolensis | Hartlaub, 1860
Hartlaub beschreef de soort in 1860 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dryoscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Dryoscopus komt van het Griekse drus, 'boom', en skopos, 'uitkijk, waarnemer': 'boomspeurder'. angolensis betekent 'van Angola', waar het eerste exemplaar werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bembe, noordelijk Angola.

