Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Gabarhavik

Gabarhavik | Micronisus gabar

Gabar Goshawk | Gavilán Gabar

De gabarhavik is een kleine, grijze havik van droge savanne en doornveld, met rode poten, een rode washuid en een opvallende witte stuit. Hij jaagt op kleine vogels, die hij vaak uit nesten en wevervogelkolonies trekt. Het nest wordt bijna altijd bedekt door de webben van sociale spinnen, die het als camouflage lijken te dienen.

Gabarhavik (Micronisus gabar)
Foto: Lip Kee — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Kleedvormen

Gabarhavik, melanistische vorm, geheel zwart (ongeveer een kwart van de vogels)
Melanistische vorm, geheel zwart (ongeveer een kwart van de vogels) · Foto: christiaan_viljoen — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, snel piepend kie-kie-kie-kie-kie, vooral in het broedseizoen, en een scherp, herhaald kiep.

Luister: ZangXC879502

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

28–36 cm, spanwijdte 56–64 cm. Volwassen vogels zijn van boven effen grijs, met een grijze kop, keel en borst en een fijn grijs-wit gebandeerde buik. De witte stuit is in vlucht en bij het wegvliegen goed te zien. De staart is grijs met vier donkere banden, de ogen zijn donkerrood, washuid en poten koraalrood. In de vlucht zijn de slagpennen van onderen fijn gebandeerd. Ongeveer een kwart van de vogels is melanistisch: geheel zwart, zonder witte stuit, maar met dezelfde rode poten en washuid en grijs gebandeerde slagpennen en staart. Het vrouwtje is duidelijk groter. Jonge vogels zijn bruin, met een gestreepte borst en een gebandeerde buik, gele poten en al een witte stuit.

Verwarrings­soorten

De shikra Tachyspiza badia mist de witte stuit, heeft een lichtere, fijn roestbruin gebandeerde borst, gele poten en een oranjerood oog. De Oost-Afrikaanse dwergsperwer Tachyspiza minulla is kleiner, heeft een gele washuid en poten en twee witte vlekken op de staart. De Ovambosperwer Accipiter ovampensis heeft een geheel gebandeerde onderkant, witte schachtvlekken op de staart en oranje tot gele poten; zijn donkere vorm heeft ook oranje poten maar geen rode washuid. De donkere zanghavik Melierax metabates is veel groter, met langere poten en een grijs gebandeerde stuit.

Leefgebied

Droge savanne, acaciadoornveld, Kalahari-doornveld en mopaneveld, ook langs droge rivierbeddingen in half-woestijn en in tuinen en boerenerven met hoge bomen. Jaagt vanuit een verborgen zitplaats en vliegt snel door struiken; plundert ook nesten van wevers en andere kleine vogels, soms zelfs door de ingang open te scheuren. Het nest ligt in een dunne vork hoog in een doornboom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Verspreid over het grootste deel van het gebied: heel Namibië, Botswana, Zimbabwe, Zambia, Malawi, Mozambique en Angola, en in Zuid-Afrika in het noorden, oosten en binnenland tot in de Karoo en de noordelijke Kaap. Schaars of afwezig in het zuidwesten van de Kaap, op het hooggelegen grasland en in Lesotho, en in dicht bos. Verder in Afrika ten zuiden van de Sahara en in het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister naar het hoge piepen in doornveld rond waterputten en wevervogelkolonies. Een kleine havik die laag wegschiet met een helderwitte stuit en rode poten is bijna altijd deze soort. In de Kalahari en in Etosha zijn ook zwarte vogels regelmatig te zien. Kijk bij verdachte nesten naar de grijze spinnenwebben die het nest bedekken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen en wijdverspreid in droge savanne. Past zich goed aan aan boerenland met bomen en aan tuinen. Kan plaatselijk te lijden hebben van vergiftigd aas en bestrijdingsmiddelen, maar de populatie wordt als stabiel beschouwd.

Wetenschappelijke naam

Micronisus gabar | (Daudin, 1800)

Daudin beschreef de soort in 1800 als Falco gabar; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Micronisus werd in 1840 ingevoerd door Gray. Micronisus komt van het Griekse mikros, 'klein', en Nisus, de mythische koning die in een sperwer veranderde en wiens naam voor sperwers werd gebruikt. gabar is volgens Jobling een klankvorm van het Franse garde, 'wachter', en barré, 'gebandeerd'; de naam gaat terug op 'Gabar' van Levaillant (1798). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het binnenland van Zuid-Afrika.