Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Fluitgraszanger

Fluitgraszanger | Cisticola lateralis

Whistling Cisticola | Cistícola Silbador

De fluitgraszanger is een grote, donkere en ongestreepte graszanger van ruige bosranden en natte savanne in het noorden van het gebied, die vanaf een boom of hoge struik een rijke, fluitende zang laat horen. Hij zit vaak hoger in de bomen dan de meeste graszangers en heeft geen zangvlucht. In het gebied komt hij alleen in Angola en het noorden en noordwesten van Zambia voor.

Fluitgraszanger (Cisticola lateralis)
Foto: Luke Smith — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een luide, rijke en welluidende reeks fluittonen, tu-tu-tu-tjwieoe of twie-twie-twieoe, vaak eindigend in een droog geratel of tsjrrr, gezongen vanaf een hoge tak of boomtop. Het lied varieert sterk per vogel en per streek. De alarmroep is een schurend tsjrr-tsjrr. Zingt vooral in de regentijd.

Luister: ZangXC1063934

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–15 cm, het mannetje duidelijk groter dan het vrouwtje. De bovendelen zijn egaal donker roetbruin tot grijsbruin zonder strepen, de kruin nauwelijks warmer, doffer roodbruin. Er is geen duidelijke wenkbrauwstreep; het gezicht is grijsbruin met een lichte teugel. De randen van de slagpennen zijn iets warmer bruin, zonder helder vleugelpaneel. De onderdelen zijn lichtgrijs tot vuilwit, met een grijzige borst en okergrijze flanken. De vrij lange staart is donker met een zwarte voorpunt en lichte top. De snavel is stevig en donker, de poten roze. Buiten de broedtijd is het kleed iets warmer bruin. De seksen zijn gelijk van kleur. De donkere, grijze, ongestreepte indruk is kenmerkend.

Verwarrings­soorten

De Natalgraszanger Cisticola natalensis is ook groot en stevig, maar heeft een duidelijk gestreepte rug, een zware snavel en een kwakende roep in open grasland. De ratelgraszanger Cisticola chiniana heeft een gestreepte rug en ratelt vanaf een struik. De miombograszanger Cisticola woosnami is eveneens ongestreept, maar kleiner en warmer bruin, met een roodbruine kruin en een trillerende zang in miombo. De bosgraszanger Cisticola anonymus van de bosranden in het noorden van Angola is kleiner, met een warmere roodbruine kruin en een snel kwetterend lied. De grote graszanger Cisticola robustus leeft in open grasland en heeft een gestreepte rug. Een grote, donkergrijze, ongestreepte graszanger die hoog in een boom luid fluit is een fluitgraszanger.

Leefgebied

Ruig hoog gras met struiken en verspreide bomen in natte savanne en miombo, bosranden, de overgang van bos naar savanne, open plekken en verlaten akkers met opslag. Foerageert laag in de begroeiing op insecten, maar zingt en rust hoger in bomen en struiken. Meestal in paren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied in het noorden en midden van Angola, zuidwaarts tot het centrale hoogland, en in het noorden en noordwesten van Zambia (onder meer Mwinilunga en de Copperbelt). Daarbuiten van Senegal oostwaarts door West- en Centraal-Afrika tot Zuid-Soedan, Oeganda en het westen van Kenia, en zuidwaarts door Gabon en Congo-Kinshasa.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond; zoek in Angola langs bosranden en in natte savanne in het noorden, bijvoorbeeld rond Kalandula en in Uíge, en in Zambia in het gebied rond Mwinilunga. Luister in de regentijd naar een luide, fluitende zang uit een boom; een donkere, egale graszanger die hoog in de kruin zingt is kenmerkend. Door zijn stevige bouw kan hij eerst voor een ander soort zangvogel worden aangezien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in een groot areaal en tolerant voor verstoring: de soort profiteert van het openbreken van bos en van ruigte op verlaten akkers.

Wetenschappelijke naam

Cisticola lateralis | (Fraser, 1843)

Fraser beschreef de soort in 1843 als Drymoica lateralis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cisticola werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Cisticola is gevormd uit het Griekse kisthos 'cistusroos' en het Latijnse colere 'bewonen'. lateralis is Latijn voor 'van de zijkant', van latus, 'zijde'; waarschijnlijk naar de gekleurde flanken, maar de bedoeling van de auteur is niet getoetst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap Palmas, Liberia.