Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Bruinkopdwergijsvogel

Bruinkopdwergijsvogel | Ispidina lecontei

African Dwarf Kingfisher | Martín Pigmeo del Congo

De bruinkopdwergijsvogel is de kleinste ijsvogel ter wereld: een insectenetend vogeltje van de onderetage van het Centraal- en West-Afrikaanse regenwoud. In het gebied bereikt hij alleen het uiterste noorden van Angola, waar hij in dicht bos zelden wordt waargenomen.

Bruinkopdwergijsvogel (Ispidina lecontei)
Foto: (c) William Stephens, some rights reserved (CC BY) — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zeer hoog, schel en dun tsiii of tsip, vaak in de vlucht, dat tussen de insectengeluiden van het bos vaak wordt gemist.

Luister: RoepXC975097

Opname: Jonathan Onongo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 10 cm, gedrongen, met een korte staart en een rode, aan de basis brede snavel. De kop is roestoranje, met een zwarte voorkruin en een kleine blauwviolette vlek achter het oor. Rug, stuit en vleugels zijn donker violetblauw, de stuit iets helderder. Keel wit tot bleek oranjegeel, de onderdelen verder egaal oranjeroestkleurig. Poten rood. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met een donkere snavel en minder zwart op de voorkruin.

Verwarrings­soorten

De Afrikaanse dwergijsvogel (Ispidina picta) is iets groter en heeft een blauwe, zwart gebandeerde kruin, een oranje wenkbrauwstreep en een violet-lila oorvlek; hij komt in open bosveld voor, niet in gesloten regenwoud. De malachietijsvogel (Corythornis cristatus) en de witbuikijsvogel (Corythornis leucogaster) hebben blauwe kruinen en zitten bij water.

Leefgebied

Onderetage van primair en oud secundair laaglandregenwoud, ook galerijbos; niet aan water gebonden. Zit laag op een tak of liaan in de schemer van het bos en duikt op insecten en spinnen op de grond of op bladeren. Broedt in een zelfgegraven hol in een aarden wal, bijvoorbeeld in de wortelkluit van een omgevallen boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het uiterste noorden van Angola: Cabinda en de bosgebieden van het noorden, zoals Uíge en Lunda Norte. Buiten het gebied in het regenwoud van Sierra Leone en Guinee oostwaarts tot Oeganda en Zuid-Soedan, en zuidwaarts tot het zuiden van Congo-Kinshasa.

Hoe en wanneer kijken

Een uitdaging voor wie bosvogels zoekt in Cabinda of het noorden van Angola: loop langzaam over bospaden en let op een vliegend oranje vonkje laag tussen de stammen. Het geluid is het eerste signaal; met geduld kan de vogel op een vaste zitplaats terugkeren. Mistnetonderzoek levert de meeste waarnemingen op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in een groot areaal verspreid, al gaat het regenwoud in delen van zijn areaal door houtkap en landbouw achteruit. In het gebied is de soort zeldzaam en onvoldoende onderzocht.

Wetenschappelijke naam

Ispidina lecontei | Cassin, 1856

Cassin beschreef de soort in 1856 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ispidina werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Ispidina is een verkleinwoord van het laat-Latijnse ispida, 'ijsvogel' — dus 'ijsvogeltje', passend voor deze kleinste Afrikaanse ijsvogels. lecontei eert de Amerikaanse entomoloog John Lawrence LeConte (1825–1883). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Moonda-rivier, Gabon.