Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Bonapartes strandloper

Bonapartes strandloper | Calidris fuscicollis

White-Rumped Sandpiper | Correlimos Culiblanco

Bonapartes strandloper is een Amerikaanse strandloper die jaarlijks van de Canadese toendra naar het uiterste zuiden van Zuid-Amerika trekt. In zuidelijk Afrika is hij slechts enkele keren gezien, meestal tussen krombekstrandlopers en kleine strandlopers.

Bonapartes strandloper (Calidris fuscicollis)
Foto: dfaulder — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, dun, piepend tziet of jiet, bijna als het geluid van een muis of een vleermuis, meestal bij het opvliegen.

Luister: ZangXC836099

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–18 cm. Een slanke strandloper met lange vleugels die in zit ver voorbij de staart reiken, een vrij korte, licht afhangende zwarte snavel met een roodbruine of oranjeachtige vlek aan de basis van de ondersnavel, en zwarte poten. In winterkleed van boven vrij egaal grijs, met een grijze, fijn gestreepte borst waarvan de streping als fijne pijlpuntjes op de flanken doorloopt, en een duidelijke witte wenkbrauwstreep. Jonge vogels hebben een rossig geschubde mantel. Het beslissende kenmerk is in de vlucht zichtbaar: een geheel witte bovenstaart, als een smalle witte band dwars boven de donkere staart, en een zwakke vleugelstreep.

Verwarrings­soorten

De krombekstrandloper Calidris ferruginea heeft ook een witte stuit, maar is groter en hoger op de poten, met een veel langere, gelijkmatig gebogen snavel en geen streping op de flanken. Bairds strandloper Calidris bairdii heeft even lange vleugels, maar is warmer bruingeel, met een donkere middenstreep over de stuit. De kleine strandloper Calidris minuta is kleiner en korter gevleugeld, met een donkere middenstreep over de stuit. De bonte strandloper Calidris alpina heeft een langere snavel en eveneens een donkere stuitstreep.

Leefgebied

Lagunes, estuaria, kustpannen, zoutwerken en slikkige oevers van dammen en rioolwerken; in zuidelijk Afrika vooral op plaatsen met grote aantallen andere kleine strandlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Enkele gevallen in het gebied, vooral in Zuid-Afrika, onder meer in de Westkaap, en in Namibië. De hoofdmacht trekt over de Atlantische kant van Amerika naar Argentinië en Vuurland; dwaalgasten bereiken regelmatig West-Europa en incidenteel het zuiden van Afrika. Broedt op de toendra van Alaska en Noord-Canada.

Hoe en wanneer kijken

Controleer de rustplaatsen van krombekstrandlopers en kleine strandlopers op een grijze vogel met lange vleugels en gestreepte flanken. Wacht tot de groep opvliegt en let op een vogel met een witte stuit maar zonder de lange gebogen snavel van de krombekstrandloper; de dunne, piepende roep helpt. Documenteer de waarneming voor de rariteitencommissie.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar op de Rode Lijst, na een snelle afname van de wereldpopulatie die vermoedelijk samenhangt met veranderingen op de toendra en aantasting van rust- en voedselgebieden langs de trekroute in Noord- en Zuid-Amerika. In zuidelijk Afrika een uiterst zeldzame dwaalgast.

Wetenschappelijke naam

Calidris fuscicollis | (Vieillot, 1819)

Vieillot beschreef de soort in 1819 als Tringa fuscicollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. fuscicollis verbindt het Latijnse fuscus 'donker, bruin' met -collis '-halzig', dus 'met donkere hals'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.