Alle soorten › Zangvogels › Monarchen › Bates' paradijsmonarch

Bates' paradijsmonarch | Terpsiphone batesi

Bates's Paradise Flycatcher | Monarca Colilargo de Bates

Bates' paradijsmonarch is een paradijsmonarch van de Centraal-Afrikaanse regenwouden die in het gebied alleen het noorden van Angola bereikt. Hij combineert een roestrode rug met een grijze kop en onderzijde, en mist de opvallende kuif van zijn verwanten. Lang werd hij als ondersoort van de roodbuikparadijsmonarch beschouwd.

Bates' paradijsmonarch (Terpsiphone batesi)
Foto: abcdefgewing — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scheldende, raspende tsjwee-tsjwee, vergelijkbaar met die van verwante paradijsmonarchen, en een korte, heldere reeks fluittonen als zang.

Luister: ZangXC286995

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–28 cm; ongeveer 18 cm zonder staartverlenging, mannetjes met verlengde middelste staartpennen tot 28 cm. In Angola hebben de mannetjes vaak zulke linten, maar ze zijn korter dan bij de Afrikaanse paradijsmonarch. De kop is donker leigrijs met een blauwe glans, zonder of met slechts een zeer korte kuif, en met een smalle blauwe oogring. Keel, borst en buik zijn blauwgrijs, de onderstaartdekveren grijs. Rug, vleugels en staart zijn helder roestrood. De seksen lijken op elkaar; het vrouwtje is iets doffer en heeft altijd een korte staart.

Verwarrings­soorten

De Gabonparadijsmonarch Terpsiphone rufocinerea heeft een donkerder, zwart glanzende kop met een duidelijke kuif, roestrode onderstaartdekveren en bij het mannetje altijd verlengde staartpennen. De roodbuikparadijsmonarch Terpsiphone rufiventer is van onderen roestoranje. De Afrikaanse paradijsmonarch Terpsiphone viridis heeft een zwarte kop met kuif, een grijze borst en een brede blauwe oogring, en leeft meer in open bos en oeverbos. Waar deze soorten samen voorkomen, worden mengvormen gemeld; zeker determineren vraagt dan een goede blik op kop, onderstaartdekveren en staart.

Leefgebied

De ondergroei en het middelste bladerdak van vochtig laaglandbos en galerijbos, ook oud secundair bos en bosranden. Jaagt vanaf een tak op vliegende insecten en sluit zich vaak aan bij gemengde foerageergroepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noordwesten en noorden van Angola (ondersoort bannermani), in regenwoud en galerijbos. Daarbuiten van Kameroen en het zuidwesten van de Centraal-Afrikaanse Republiek via Equatoriaal-Guinea, Gabon en Congo-Brazzaville tot in een groot deel van Congo-Kinshasa.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Zoek in de bossen van Noord-Angola naar gemengde groepen in het middelste bladerdak en luister naar de scheldende roep. Let bij elke roestrode paradijsmonarch op de kleur van buik en onderstaartdekveren en op de kuif.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; wijdverspreid in het Centraal-Afrikaanse bosgebied. In Angola krimpt het leefgebied door ontbossing, maar de totale populatie wordt niet als bedreigd beschouwd.

Wetenschappelijke naam

Terpsiphone batesi | Chapin, 1921

Chapin beschreef de soort in 1921 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Terpsiphone werd in 1827 ingevoerd door Gloger. Terpsiphone komt van het Griekse terpsis, 'genot, vreugde', en phōnē, 'stem' — naar de aangename zang van paradijsmonarchen. batesi eert de Amerikaanse natuuronderzoeker en verzamelaar George Latimer Bates (1863–1940), die lang in Kameroen werkte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Medje, Ituri, DR Congo.