Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Baillons kleine pijlstormvogel

Baillons kleine pijlstormvogel | Puffinus bailloni

Tropical Shearwater | Pardela Tropical

De Baillons kleine pijlstormvogel is een kleine zwart-witte pijlstormvogel van de tropische Indische Oceaan, die op eilanden als Réunion, Mauritius en de Seychellen broedt. In zuidelijk Afrika is hij een zeldzame gast in het warme water van het Kanaal van Mozambique, waar hij vaak voor de kleine pijlstormvogel wordt aangezien.

Baillons kleine pijlstormvogel (Puffinus bailloni)
Foto: Cricket Raspet — CC BY 4.0 · iNaturalist

Geluid

Op zee zwijgzaam. Op de broedplaatsen 's nachts een klaaglijk, jammerend kie-kie-kuu-urr vanuit de holen en uit de lucht.

Luister: ZangXC713753

Opname: Alexander Schlatmann — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 30 cm, een kleine, compacte pijlstormvogel met korte, brede vleugels en een vrij lange staart. De bovendelen zijn egaal donker zwartbruin, de onderdelen wit. De donkere kopkap reikt tot onder het oog, zodat het gezicht donker oogt. De ondervleugel is wit met een brede donkere rand, vooral aan de achterzijde en de vleugelpunt. De onderstaartdekveren zijn donker, wat bij goed zicht een belangrijk kenmerk is. De snavel is slank en donker, de poten roze met donkere buitenzijde. Vliegt laag met reeksen snelle, stijve vleugelslagen, afgewisseld met korte glijvluchten.

Verwarrings­soorten

De kleine pijlstormvogel (Puffinus assimilis) heeft een wit gezicht met het oog in het witte deel, een zuiverder witte ondervleugel en witte onderstaartdekveren; hij komt vooral in koeler water in het zuiden en westen voor. De noordse pijlstormvogel (Puffinus puffinus) is groter, met langere vleugels en een meer scherende vlucht, en heeft eveneens witte onderstaartdekveren. De Sargassopijlstormvogel (Puffinus lherminieri) is een Atlantische soort die in het gebied niet te verwachten is.

Leefgebied

Warme, tropische oceaan, vaak ver uit de kust en boven diep water. Foerageert in groepjes, vaak samen met sterns en tonijnen, en duikt achter kleine visjes en inktvis aan. Broedt in holen en rotsspleten op tropische eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen enkele meldingen ver voor de kust van Mozambique en het noorden van KwaZulu-Natal, in het warme water van het Kanaal van Mozambique; mogelijk geregelder dan de schaarse gegevens doen vermoeden. Broedt op de Mascarenen, de Seychellen, de Comoren en andere eilanden in de tropische Indische Oceaan, en verspreidt zich daarbuiten over de westelijke Indische Oceaan; afhankelijk van de indeling ook in de tropische Stille Oceaan.

Hoe en wanneer kijken

De enige reële kans is een pelagische tocht in het warme water voor het zuiden van Mozambique of vanuit Durban, vooral in de zuidelijke zomer. Let op een kleine zwart-witte pijlstormvogel met een donker gezicht en donkere onderstaart; foto's van onderstaart en kop zijn nodig om de kleine pijlstormvogel uit te sluiten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op de broedeilanden vormen ingevoerde ratten en katten, lichtvervuiling die uitgevlogen jongen desoriënteert en verlies van broedplaatsen de belangrijkste bedreigingen. In zuidelijk Afrika is de soort te zeldzaam om te beoordelen.

Wetenschappelijke naam

Puffinus bailloni | (Bonaparte, 1857)

Bonaparte beschreef de soort in 1857 als Procellaria nugax a. bailloni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. bailloni eert de Franse natuuronderzoeker Louis Antoine François Baillon (1778–1855) uit Abbeville. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mauritius.