Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Aziatische steenpatrijs

Aziatische steenpatrijs | Alectoris chukar

Chukar Partridge | Perdiz Chukar

De Aziatische steenpatrijs is een ingevoerde hoendervogel die in zuidelijk Afrika alleen op Robbeneiland in de Tafelbaai voorkomt. De populatie stamt af van zes vogels die in 1964 door de douane in de haven van Kaapstad in beslag werden genomen en op het eiland werden vrijgelaten.

Aziatische steenpatrijs (Alectoris chukar)
Hoofdfoto · Foto: Jabri ali — CC0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Een ritmische, steeds luider wordende reeks tsjoek-tsjoek-tsjoek-tsjoekar-tsjoekar, waaraan de soort haar Engelse naam dankt, en bij verstoring een scherp pitsji-pitsji. Roept vooral in de ochtend vanaf een verhoging.

Luister: VluchtroepXC1134838

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 33 cm, gedrongen, met een korte afgeronde staart. De bovendelen en borst zijn zacht blauwgrijs tot zandbruin, de keel is roomwit en wordt omlijst door een zwarte band die van het voorhoofd door het oog naar de borst loopt. De flanken zijn bleek met opvallende zwarte en kastanjebruine dwarsbanden. De snavel, de oogring en de poten zijn koraalrood. De seksen zijn gelijk; het mannetje is iets groter en draagt een stompe spoor. In vlucht vallen de roestbruine buitenste staartpennen op.

Verwarrings­soorten

Op Robbeneiland komt geen andere patrijs of frankolijn voor; het helmparelhoen dat er ook leeft, is veel groter en donker met witte stippen. Op het vasteland, dat de soort niet heeft bereikt, verschilt de Kaapse frankolijn door het donkere, fijn gevlekte verenkleed zonder zwarte keelomlijsting en zonder gebande flanken.

Leefgebied

Op Robbeneiland open, laag struweel van strandveld met zandige en rotsige plekken, graslandjes rond de gebouwen en de randen van de steengroeve. Foerageert op de grond op zaden, jonge scheuten, bladeren en insecten. In het oorspronkelijke areaal een vogel van droge, rotsige berghellingen en halfwoestijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied uitsluitend op Robbeneiland (Zuid-Afrika), ongeveer 7 km uit de kust bij Kaapstad; de vogels hebben de oversteek naar het vasteland niet gemaakt. Oorspronkelijk van Zuidoost-Europa via Turkije, het Midden-Oosten en Centraal-Azië tot het noorden van China; ingevoerd in Noord-Amerika, Hawaï en Nieuw-Zeeland.

  • Jaarrond
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Alleen te zien vanuit de rondleidingsbus tijdens een bezoek aan Robbeneiland, met de veerboot vanaf de V&A Waterfront. Let langs de wegen en rond de steengroeve op groepjes die rustig wegrennen; houd de camera klaar, want de bus stopt maar kort.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De eilandpopulatie telde rond 2018 enkele honderden vogels, maar schommelde sterk; halverwege de jaren 2000 was zij door verwilderde katten teruggebracht tot enkele tientallen. Als uitheemse soort geniet zij in Zuid-Afrika geen bescherming van betekenis.

Wetenschappelijke naam

Alectoris chukar | (Gray, 1830)

Gray beschreef de soort in 1830 als Perdix Chukar; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Alectoris werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Alectoris is Grieks, van alektoris 'hen, erfhoen', bij alektōr 'haan'. chukar is een klanknabootsing van de roep, via het Hindi chakor; het woord staat al in het Sanskriet. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Srinagar in Kumaon.