Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Afrikaanse dwergvalk

Afrikaanse dwergvalk | Polihierax semitorquatus

Pygmy Falcon | Halconcito Africano

De Afrikaanse dwergvalk is de kleinste roofvogel van Afrika, nauwelijks groter dan een klauwier. In zuidelijk Afrika leeft hij vrijwel uitsluitend in de kolonies van de republikeinwever, in wier reuzennesten hij broedt en overnacht.

Afrikaanse dwergvalk (Polihierax semitorquatus)
Foto: Stephen Temple from Cape Town, South Africa — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, schel tsjip-tsjip of kie-kie-kie, en een snel twitterend twie-twie-twie bij de kolonie. Paartjes roepen veel naar elkaar, vooral bij het nest.

Luister: ZangXC662432

Opname: Rick Nuttall — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 19 cm, compact, met een korte haaksnavel en een vrij lange staart. Het mannetje is van boven lichtgrijs, van onder zuiver wit, met een witte nekband en voorhoofd. Het vrouwtje heeft een kastanjebruine mantel. Vleugelpennen en staart zijn zwart met rijen witte vlekken, die in vlucht een geblokt patroon geven; de stuit is wit. Snavelhuid, oogring en poten zijn oranjerood. Jonge vogels hebben een bruiner rugje en een roomkleurige borst.

Verwarrings­soorten

Door formaat en kleur meer klauwier dan valk: de kleine klapekster (Lanius minor) en de zuidelijke gekraagde klauwier (Lanius collaris) hebben een zwart masker en zwart-witte vleugels zonder witte vlekkenrijen. De grijze wouw (Elanus caeruleus) is veel groter en heeft zwarte schouders en rode ogen. Dickinsons torenvalk (Falco dickinsoni) is groter en donkergrijs, zonder wit op de onderdelen.

Leefgebied

Droge savanne, Kalahari-doornveld en de oostelijke rand van de Nama-Karoo, overal waar kolonies van republikeinwevers in kameeldoorns of op palen hangen. Jaagt vanaf een uitkijkpost in een boomtop of op een draad en valt op kevers, sprinkhanen, hagedissen en soms kleine vogels; vliegt golvend als een specht of klauwier.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied in het droge westen: het grootste deel van Namibië, het zuiden en westen van Botswana, de Noord-Kaap en het westen van de Noordwest-provincie in Zuid-Afrika, en het zuidwesten van Angola. Een gescheiden populatie leeft in Oost-Afrika, van Soedan en Somalië tot Tanzania, waar de soort in nesten van buffelwevers broedt.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Controleer in de Kgalagadi en de Kalahari elke kolonie van republikeinwevers: de dwergvalk zit vaak op een tak of paal pal naast het nest. De rugkleur verraadt het geslacht; een paartje met grijs mannetje en kastanjerugvrouwtje samen is een klassiek beeld aan de rand van een kolonie.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en binnen het beperkte leefgebied vrij algemeen. De soort is volledig afhankelijk van de republikeinwever; het verdwijnen van kolonies door het kappen van oude kameeldoorns of het weghalen van nesten van palen treft ook de dwergvalk.

Wetenschappelijke naam

Polihierax semitorquatus | (Smith, 1836)

Smith beschreef de soort in 1836 als Falco simitorquata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Polihierax werd in 1847 ingevoerd door Kaup. Polihierax komt van het Griekse polios, 'grijs', en hierax, 'havik, valk' — naar het grijze verenkleed van deze kleine valkjes. semitorquatus is Latijn voor 'met een halve halsband', van semi, 'half', en torquatus, 'met halsband' — naar de witte nekband. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kuruman, Noord-Kaap, Zuid-Afrika.