Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Zwavelstuitkuiftangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwavelstuitkuiftangare | Heterospingus rubrifrons

Sulphur-rumped Tanager | Tangara lomiazufrada

De zwavelstuitkuiftangare is een gedrongen, leigrijze tangare van de boomkronen en bosranden van vochtig laaglandbos. Hij leeft meestal in paren die met gemengde groepen andere bosvogels meetrekken. Het verspreidingsgebied ligt vrijwel geheel in het gidsgebied: de Caribische kant van Costa Rica en een groot deel van Panama.

Zwavelstuitkuiftangare (Heterospingus rubrifrons)
Foto: Carmelo López Abad — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Roept met scherpe, hoge tsjip-tonen, vaak herhaald wanneer een groep zich verplaatst. De zang is een eenvoudige reeks hoge, dunne tonen.

Luister: VluchtroepXC872489

Opname: Jorge Gabriel Campos — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. Stevige tangare met een vrij dikke, donkere snavel. Bovendelen donker leigrijs, onderdelen iets lichter grijs; vleugels en staart zwartachtig. De stuit is zwavelgeel, maar zit bij een zittende vogel vaak verborgen onder de vleugels. Aan de zijkant van de borst steken witte pluimpjes uit, vaak zichtbaar als een witte vlek bij de vleugelbocht. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar; het mannetje is iets donkerder.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de wenkbrauwkuiftangare Heterospingus xanthopygius (oosten van Panama) is vrijwel gelijk en in het veld nauwelijks te onderscheiden; het mannetje van die soort is zwart met een scharlakenrode wenkbrauwpluim. De grijze tangare Tangara inornata is kleiner, lichter grijs met een witachtige buik en heeft geen gele stuit. Vrouwtjes van de witschoudertangare Loriotus luctuosus hebben een gele onderzijde.

Leefgebied

Boomkronen, middenlaag en randen van vochtig, altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, vooral onder 600 m; ook hoog secundair bos en open plekken met losse bomen. Eet insecten en vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Costa Rica, daar zeldzaam en plaatselijk; in Panama aan de Caribische kant en in het midden en oosten van het land ook aan de Pacifische kant. Daarbuiten alleen in het uiterste noordwesten van Colombia. Wordt soms samengevoegd met de wenkbrauwkuiftangare.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de laaglandbossen rond het Panamakanaal, zoals in het nationaal park Soberanía en bij Achiote, te zien in gemengde groepen in de boomkronen; de witte borstpluimen vallen bij een zittende vogel meer op dan de gele stuit.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in Panama, schaars in Costa Rica; gevoelig voor verlies van laaglandbos.

Wetenschappelijke naam

Heterospingus rubrifrons | (Lawrence, 1865)

Lawrence beschreef de soort in 1865 als Tachyphonus rubrifrons; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Heterospingus werd in 1898 ingevoerd door Ridgway. Heterospingus is Grieks, van heteros 'anders' en spingos 'vink': een afwijkende vink, door Ridgway afgesplitst van Tachyphonus. rubrifrons is Latijn, van ruber 'rood' en frons 'voorhoofd'; waarom Lawrence die naam koos is onduidelijk, want de vogel heeft geen rood voorhoofd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lion Hill aan de Panamaspoorlijn, Panama.