Alle soorten › Zangvogels › Muggeneters › Zwartkruinmierpitta

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartkruinmierpitta | Pittasoma michleri

Black-crowned Antpitta | Tororoí capinegro

De zwartkruinmierpitta is een grote, gedrongen bodemvogel van vochtig bos, met lange poten, een bijna ontbrekende staart en een dikke snavel. De zwarte kruin, de kastanjebruine wangen en de zwaar zwart geschubde witte onderzijde maken hem herkenbaar. Hij hoort niet bij de echte mierpitta's maar bij de familie van de muggeneters. In het gidsgebied leeft hij alleen in Costa Rica en Panama.

Zwartkruinmierpitta (Pittasoma michleri)
Foto: John D Reynolds — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een lange reeks heldere, fluitende tonen op ongeveer gelijke hoogte; daarnaast korte, scherpe roepjes. Laat zich vooral in de vroege ochtend horen.

Luister: ZangXC694955

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm; staart zeer kort. Kruin en nek glanzend zwart, wangen en zijkant van de kop kastanjebruin. Bovendelen olijfbruin, vleugeldekveren met lichte, okerkleurige vlekjes. Onderdelen wit met dichte, brede zwarte schubben en banden. Snavel zwaar en donker, poten lang en grijs.

Verwarrings­soorten

De schubkapmierpitta Grallaria guatimalensis leeft vooral in bergbos, heeft een geschubde bovenkant en een warm okerbruine onderzijde zonder zwart-witte schubben. De brilmierpitta Hylopezus perspicillatus is kleiner, heeft een lichte oogring en een witte borst met zwarte streepjes in plaats van schubben.

Leefgebied

Bodem en onderlaag van vochtig, altijdgroen laagland- en voetheuvelbos, vooral in heuvelachtig terrein, tot ongeveer 1200 m. Hipt over de bosbodem en volgt geregeld zwermen trekmieren om opgejaagde insecten te vangen; eet daarnaast andere ongewervelden en kleine gewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Costa Rica (vooral de Caribische kant) en Panama. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De meeste kans is er bij zwermen trekmieren in ongestoord bos. De vogel houdt zich laag tussen de stammen op en loopt bij verstoring vaak schichtig weg.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Schaars en weinig opvallend; afhankelijk van aaneengesloten vochtig bos.

Wetenschappelijke naam

Pittasoma michleri | Cassin, 1860

Cassin beschreef de soort in 1860 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pittasoma voerde hij in datzelfde werk in. Pittasoma combineert het geslacht Pitta met Grieks sōma 'lichaam': 'met het lijf van een pitta', naar de gedrongen, kortstaartige bouw. michleri eert Nathaniel Michler (1827–1881), Amerikaans legeringenieur die in 1858 de expeditie leidde die de soort in het Darién-gebied verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Río Truandó, Chocó, Colombia.