Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Witstaarttrogon

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves

Witstaarttrogon | Trogon chionurus

White-tailed Trogon | Trogón coliblanco

De witstaarttrogon is een geelbuikige trogon van het vochtige laaglandbos van het centrum en oosten van Panama en het Chocó-gebied van Colombia en Ecuador. Hij werd vroeger als ondersoort van de groenrugtrogon Trogon viridis uit Amazonië beschouwd. De naam verwijst naar de bij het mannetje vrijwel geheel witte onderkant van de staart.

Witstaarttrogon (Trogon chionurus)
Foto: Daniel S. Katz — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange reeks heldere kauw- of tjoe-noten die eerst langzaam begint en dan versnelt, langer en vaak iets lager dan bij goulds trogon. Daarnaast een zacht kakelend tjak.

Luister: DuetXC1178464

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

26–28 cm. Het mannetje heeft een blauwzwarte kop en borst met violette glans, een lichtblauwe kale oogring, een blauwgrijze snavel, een groene tot blauwgroene rug en een oranjegele buik. De onderkant van de staart is vrijwel geheel wit. Het vrouwtje is grijs op kop, borst en rug, met een gele buik, een onderbroken witte oogring en een staartonderkant met zwarte bandjes aan de basis en brede witte punten.

Verwarrings­soorten

Goulds trogon Trogon caligatus is kleiner, heeft een gele oogring en bij het mannetje een fijn zwart-wit gestreepte staartonderkant. De noordelijke zwartkeeltrogon Trogon tenellus heeft bij het mannetje een groene kop en rug en een gele oogring.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, Chocó-regenwoud, hoog secundair bos en bosranden, tot ongeveer 900 m. Zit lang stil in de middelste en hogere boomlaag en eet vruchten en insecten. Broedt in een holte in een termietennest in een boom of in rottend hout.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in Panama: aan de Caribische kant vanaf ongeveer Coclé en Colón, en aan de Pacifische kant vanaf de omgeving van het Panamakanaal oostwaarts door de provincie Panamá en Darién tot de grens met Colombia. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Soberanía en in het Parque Natural Metropolitano bij Panama-stad. De lange, versnellende reeks is een van de meest gehoorde geluiden in het bos van het Panamakanaal.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Verdraagt enige verstoring en komt ook in hoog secundair bos en aan bosranden voor.

Wetenschappelijke naam

Trogon chionurus | Sclater & Salvin, 1871

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1871 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Trogon is Grieks, van trōgōn 'knagend, vruchten etend'. chionurus is Grieks, van khiōn 'sneeuw' en oura 'staart', naar de grotendeels witte staartonderkant. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lion Hill, voormalige Kanaalzone, Panama.