Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Witstaartsmaragdkolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Witstaartsmaragdkolibrie | Microchera chionura
White-tailed Emerald | Esmeralda coliblanca
De witstaartsmaragdkolibrie is een kleine, groene kolibrie van de Pacifische helling van het zuiden van Costa Rica en het westen van Panama. Beide geslachten hebben veel wit in de staart. De soort leeft in de voetheuvels en de lagere bergbossen en foerageert vooral in de ondergroei en aan bosranden.
Geluid
Een ijl, hoog tsit en een zacht, droog getjilp.
Opname: Frank T Spooner — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
8 cm, met een korte, rechte zwarte snavel. Het mannetje is glanzend groen, met een witte onderbuik en onderstaartdekveren en een witte staart met een zwarte band voor de top en groene middelste pennen. Het vrouwtje is groen van boven en wit van onderen, met grijsgroene vlekken op de flanken en dezelfde wit-zwarte staart.
Verwarringssoorten
De koperkopsmaragdkolibrie Microchera cupreiceps leeft alleen verder naar het noorden in Costa Rica en heeft een koperkleurige kruin en stuit. Vrouwtjes van de witkruinkolibrie Microchera albocoronata leven aan de Caribische kant en lager. De tuinsmaragdkolibrie Chlorostilbon assimilis heeft een donkere, gevorkte staart zonder wit; het mannetje is ook van onderen geheel groen.
Leefgebied
Ondergroei en randen van vochtig voetheuvel- en bergbos, oud secundair bos, schaduwkoffie en ruigte bij het bos, ongeveer tussen 750 en 2000 m, het meest tussen 900 en 1600 m. Foerageert laag tot middelhoog bij kleine bloemen van struiken en kruiden en vangt kleine insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gidsgebied. In Costa Rica op de Pacifische helling van de Cordillera de Talamanca, van het dal van de rivier El General zuidelijk tot Coto Brus; in het westen van Panama op de Pacifische helling van Chiriquí en Veraguas.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In het zuiden van Costa Rica rond San Vito, bijvoorbeeld in de tuinen van de biologische post Las Cruces, en in Panama in de omgeving van Boquete en Volcán, bij bloeiende struiken langs bosranden en bospaden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Binnen het kleine verspreidingsgebied plaatselijk vrij algemeen. Kap van bos aan de Pacifische helling treft de soort, maar hij gebruikt ook randen en secundair bos.
Wetenschappelijke naam
Microchera chionura | (Gould, 1851)
Gould beschreef de soort in 1851 als Trochilus (Thaumatias?) chionura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Microchera werd in 1858 ingevoerd door Gould. Microchera is Grieks, van mikros 'klein' en khēra 'weduwe' (dus in de rouw, in het zwart), naar het kleine, zeer donkere mannetje. chionura is Grieks, van khiōn 'sneeuw' en oura 'staart', naar de witte buitenste staartpennen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit David, Chiriquí, Panama, 600–900 m.



