Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Witkeelfeetiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witkeelfeetiran | Empidonax albigularis

White-throated Flycatcher | Mosquero garganta blanca

De witkeelfeetiran is een kleine, bruinige Empidonax van natte, struikrijke plekken, vooral in de hooglanden. Hij lijkt sterk op de wilgenfeetiran en de elzenfeetiran, maar is kleiner, bruiner en een standvogel. Hij komt alleen in het gidsgebied voor, van Mexico tot het westen van Panama.

Witkeelfeetiran (Empidonax albigularis)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De gewone roep is een schor, zoemend bzriet of dzrrt.

Luister: ZangXC1182818

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13 cm. Bovendelen bruinachtig olijf, kop zonder duidelijke oogring of met slechts een vage lichte ring. Vleugels donker met twee kaneelbruine tot okerkleurige vleugelstrepen. Keel helder wit en scherp afgezet tegen de bruinig olijfkleurige borst; buik bleekgeel. Ondersnavel licht. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De wilgenfeetiran Empidonax traillii en de elzenfeetiran Empidonax alnorum zijn groter, grijziger olijf van boven, met witachtige vleugelstrepen en een minder bruine borst; ze komen alleen als trekvogel of wintergast voor. De kleine feetiran Empidonax minimus (wintergast) is grijzer, met een opvallende witte oogring.

Leefgebied

Natte, struikrijke plekken: randen van moerassen, ruigten langs beken, natte weilanden met struiken en struikgewas langs bosranden. Vooral in de hooglanden en het heuvelland, plaatselijk lager. Vangt insecten vanaf een lage uitkijkpost in struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch in het gidsgebied: van het westen en oosten van Mexico via de hooglanden van het zuiden van Mexico en Midden-Amerika tot het westen van Panama.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden in natte ruigten en moerasranden in de hooglanden, waar hij laag in de struiken zit; de schorre roep helpt bij het opsporen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen, maar afhankelijk van natte, struikrijke plekken die door drooglegging kunnen verdwijnen.

Wetenschappelijke naam

Empidonax albigularis | Sclater & Salvin, 1859

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1859 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Empidonax is Grieks, van empis 'mug' en anax 'heerser': 'muggenkoning', naar de insectenjacht. albigularis is Latijn, van albus 'wit' en gula 'keel', naar de witte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dueñas, Guatemala.