Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › West-Mexicaanse organist

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

West-Mexicaanse organist | Euphonia godmani

West Mexican Euphonia | Eufonia mexicana

De West-Mexicaanse organist is een kleine organist van droogbos en struweel langs de Pacifische kant van het westen van Mexico. Hij werd lange tijd als ondersoort van de struikorganist beschouwd en is pas recent als aparte soort erkend. Het mannetje onderscheidt zich vooral door de witte onderstaartdekveren.

West-Mexicaanse organist (Euphonia godmani)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, vaak herhaald fluitje van twee of drie tonen, zoals pie-pie of die-die-die. De zang is een snelle, kwetterende reeks met droge en fluitende tonen.

Luister: ZangXC400282

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm. Het mannetje is van boven glanzend blauwzwart, met een zwarte keel en een kleine gele vlek op het voorhoofd. Borst en buik zijn geel, de onderstaartdekveren wit. Het vrouwtje is van boven olijfgroen met een grijze kruin en nek, van onderen geelachtig tot grijsgeel. De staart is kort.

Verwarrings­soorten

De struikorganist Euphonia affinis is in kleur bijna gelijk, maar het mannetje heeft gele in plaats van witte onderstaartdekveren; beide soorten sluiten in het zuidwesten van Mexico op elkaar aan, en vrouwtjes zijn in het veld nauwelijks te onderscheiden. De geelkeelorganist Euphonia hirundinacea heeft een gele keel en leeft vooral aan de Caribische kant. Het mannetje van de blauwkaporganist Chlorophonia elegantissima heeft een blauwe kap en oranjebruine onderdelen.

Leefgebied

Pacifisch droogbos, doornstruweel, oeverbos en halfopen terrein met bomen, ook boomgaarden, dorpen en tuinen; vooral in het laagland en de voetheuvels, plaatselijk tot ongeveer 1500 m. Eet vooral maretakbessen en andere kleine vruchten en zoekt vaak in de kronen van bomen met maretak.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische kant van het westen van Mexico, van het zuiden van Sonora en het zuidwesten van Chihuahua via Sinaloa, Nayarit, Jalisco, Colima en Michoacán tot Guerrero; ook in het droge binnenland van het Balsasbekken. Komt niet voor buiten het gidsgebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In droogbos het best te vinden bij bomen met maretak; door de korte staart en het gedrongen silhouet is het mannetje ook van onderen herkenbaar, waar de witte onderstaartdekveren goed opvallen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Nog niet afzonderlijk beoordeeld; hier als niet bedreigd aangegeven. Vrij algemeen in droogbos en halfopen terrein met bomen.

Wetenschappelijke naam

Euphonia godmani | Brewster, 1889

Brewster beschreef de soort in 1889 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Euphonia werd in 1806 ingevoerd door Desmarest, A-G. Euphonia is Grieks, van eu 'goed' en phōnē 'geluid': 'welluidend', naar de aangename roep. godmani eert de Britse natuuronderzoeker Frederick DuCane Godman (1834–1919), medeauteur van de Biologia Centrali-Americana. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mazatlán, Sinaloa, Mexico.