Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Waaierzanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Waaierzanger | Basileuterus lachrymosus

Fan-tailed Warbler | Chipe de roca

De waaierzanger is een grote zanger met een leigrijze bovenzijde, een okerkleurige onderzijde en een lange, donkere staart met witte punten, die hij voortdurend waaiert. Hij leeft dicht bij de grond in steile, rotsige ravijnen in bos, van het westen en noordoosten van Mexico tot Nicaragua.

Waaierzanger (Basileuterus lachrymosus)
Foto: Juan Manuel Carmona — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een reeks heldere, fluitende noten die oploopt en vaak eindigt met een nadrukkelijke, dalende toon, ongeveer swie swie swie swie-tsjew. De roep is een hoog, dun tsiep.

Luister: ZangXC1139367

Opname: Dario Cantu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm. Bovendelen leigrijs, kop donkerder met een gele, zwart omrande kruinvlek en witte vlekjes voor en boven het oog en een witte halvemaan onder het oog. Keel geel, borst warm okeroranje, buik geel. Staart lang, zwartachtig, met witte punten aan de buitenste pennen, vaak gespreid en heen en weer bewogen. Seksen gelijk; jonge vogels doffer, met weinig kopkleur.

Verwarrings­soorten

De meniezanger Myioborus miniatus waaiert ook met de staart, maar heeft een rode of oranjerode buik, veel wit in de buitenste staartpennen en een zwartachtige keel. De goudhaanzanger Basileuterus culicivorus is kleiner, olijfgroen van boven, met een gele kruinstreep tussen zwarte streepjes en zonder witte staartpunten.

Leefgebied

Schaduwrijke, rotsige ravijnen en beekdalen in vochtig en halfdroog bos en in nevelwoud, vooral van ongeveer 300 tot 2000 m. Zoekt op de grond en laag in de ondergroei naar insecten, vaak op rotsblokken en langs steile hellingen, en volgt soms trekmierenzwermen.

Verspreiding en trek

Endemisch in Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Aan de Pacifische kant van het zuiden van Sonora en Chihuahua, aan de Atlantische kant van het zuiden van Tamaulipas en San Luis Potosí, zuidwaarts door Oaxaca en Chiapas tot Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door te luisteren naar de fluitende zang in beboste ravijnen; de vogel laat zich vaak op een rotsblok zien terwijl hij de staart waaiert.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk vrij algemeen, maar gebonden aan bos in ravijnen en daardoor gevoelig voor kap.

Wetenschappelijke naam

Basileuterus lachrymosus | Bonaparte, 1850

Bonaparte beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Basileuterus werd in 1848 ingevoerd door Cabanis. Basileuterus is Grieks, van basileuteros 'koninklijker', naar de gekleurde kruinstreep die aan een kroontje doet denken. lachrymosus is Latijn voor 'betraand', naar de witte vlekjes voor en onder het oog, als tranen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Laguna Huetulacan, Veracruz, Mexico.