Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Vuurkeelzanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Vuurkeelzanger | Oreothlypis gutturalis

Flame-throated Warbler | Reinita flamígera

De vuurkeelzanger is een kleine zanger van het hooggebergte van Costa Rica en het westen van Panama, met een grijze rug en een vuuroranje keel. Hij leeft alleen in het gidsgebied en zoekt hoog in eikenbos en langs bosranden naar insecten, meestal in gemengde groepen.

Vuurkeelzanger (Oreothlypis gutturalis)
Foto: Chris Jimenez from CR — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een hoge, dunne, zoemende triller die vaak in toonhoogte stijgt, tsi-tsi-zzzzeee. De roep is een kort, scherp tsit.

Luister: ZangXC489987

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Bovendelen blauwgrijs met een zwarte vlek midden op de mantel. Teugel en wang zwartachtig, wat een donker masker vormt. Keel en borst vuuroranje, buik en onderstaartdekveren witachtig met grijze flanken. Vleugels en staart grijs, zonder duidelijke vleugelstrepen. Snavel dun en spits. Het vrouwtje is iets doffer, met een minder diep oranje keel; jonge vogels hebben een geelachtige keel en een grijzere mantel.

Verwarrings­soorten

De maskerparulazanger Setophaga pitiayumi heeft een geel tot oranjegeel getinte keel en borst, maar een olijfgroene rugvlek, witte vleugelstrepen en een gele buik; hij leeft vooral lager in de bergen. De sparrenzanger Setophaga fusca, een wintergast en doortrekker, heeft ook een oranje keel, maar een zwart-wit gestreepte bovenzijde, een groot wit vleugelveld en een oranje wenkbrauwstreep.

Leefgebied

Kronen en randen van eikenbos en ander bergregenwoud, meestal van ongeveer 2000 m tot de boomgrens boven 3000 m; ook in hoge struwelen aan de rand van de páramo en in weiden met losse bomen. Zoekt in mos, epifyten en het blad van de buitenste takken naar insecten en spinnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch in het gidsgebied: de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca in Costa Rica en de aansluitende bergen in het westen van Panama, in Chiriquí en het noorden van Veraguas.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te zien in de eikenbossen langs de Pan-Amerikaanse snelweg over de Cerro de la Muerte en rond San Gerardo de Dota in Costa Rica, en op de hellingen van de Volcán Barú in Panama. De stijgende triller hoog in de kronen verraadt hem vaak.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Het leefgebied is klein, maar in geschikt bergbos is de soort vrij algemeen; een groot deel ligt binnen beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Oreothlypis gutturalis | (Cabanis, 1861)

Cabanis beschreef de soort in 1861 als Compsothlypis gutturalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oreothlypis werd in 1884 ingevoerd door Ridgway. Oreothlypis is Grieks, van oros 'berg' en thlupis, een onbekend vogeltje, hier voor een zanger: 'bergzanger', naar de typevindplaats op de vulkaan Irazú. gutturalis is Middeleeuws Latijn voor 'van de keel', van guttur 'keel', naar de vuuroranje keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit vulkaan Irazú, Costa Rica.