Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Smaragdkeelkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Smaragdkeelkolibrie | Abeillia abeillei

Emerald-chinned Hummingbird | Colibrí pico corto

De smaragdkeelkolibrie is een kleine, kortsnavelige kolibrie van de vochtige bergbossen van het zuiden van Mexico tot het noorden van Nicaragua. Hij foerageert onopvallend laag in de ondergroei en wordt daardoor zelden opgemerkt. Het is de enige soort van het geslacht Abeillia.

Smaragdkeelkolibrie (Abeillia abeillei)
Foto: thibaudaronson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, dun tsi of tsjip; de zang is een reeks hoge, piepende tonen.

Luister: ZangXC343948

Opname: Guillermo Funes — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

7–8 cm, met een korte, rechte zwarte snavel. De bovendelen zijn bronsgroen, met een witte vlek achter het oog. Het mannetje heeft een glanzend smaragdgroene kin en keel, donkergrijze onderdelen met groene flanken, en een korte, donkere staart met grijze toppen aan de buitenste pennen. Het vrouwtje heeft lichtgrijze onderdelen met groene flanken en een vergelijkbare staart.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de vorkstaartsmaragdkolibrie Cynanthus canivetii heeft een rode snavelbasis, een witte streep achter het oog en een gevorkte staart. De streepstaartkolibrie Eupherusa eximia is groter en heeft een roestbruine vlek in de vleugel en witte buitenste staartpennen. De groenkeeljuweelkolibrie Lampornis viridipallens is groter, met een langere snavel en witte onderdelen. Vrouwtjes van koketkolibries hebben een lichte band over de stuit.

Leefgebied

Vochtig bergbos en nevelwoud, ook pijn-eikenbos aan de vochtige kant, bosranden en dichte ondergroei, ongeveer tussen 900 en 2200 m. Foerageert laag in de ondergroei bij kleine bloemen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. In het zuidoosten van Mexico in de bergen van Veracruz, Oaxaca en Chiapas, en verder in de hooglanden van Guatemala, El Salvador, Honduras en het noorden van Nicaragua.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het biosfeerreservaat El Triunfo in Chiapas, in het nevelwoud van de Guatemalteekse hooglanden en in het nationaal park Cusuco in Honduras; in Nicaragua in de bergbossen rond Matagalpa. Vaak laag langs bospaden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in geschikt bergbos. Verlies van nevelwoud treft de soort plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Abeillia abeillei | (Lesson & Delattre, 1839)

Lesson & Delattre beschreef de soort in 1839 als Ornismya Abeillei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Abeillia werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Abeillia eert de Franse arts, ornitholoog en verzamelaar Grégoire Abeillé (1798–1848) uit Bordeaux. abeillei eert de Franse arts, ornitholoog en verzamelaar Grégoire Abeillé (1798–1848) uit Bordeaux. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Xalapa, Veracruz, Mexico.