Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Roodsnavelporseleinhoen
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Roodsnavelporseleinhoen | Mustelirallus erythrops
Paint-billed Crake | Polluela piquirroja
Het roodsnavelporseleinhoen is een kleine, gedrongen ral met een grijze kop en borst, gebandeerde flanken en een groengele snavel met een felrode basis. Het leeft verborgen in natte graslanden, rijstvelden en moerasranden en is vooral in de schemering en 's nachts actief. In het gidsgebied komt het alleen in Costa Rica en Panama voor, aan de noordrand van een groot Zuid-Amerikaans verspreidingsgebied.
Geluid
Een reeks kwakende, kikkerachtige tonen, eerst snel en dan vertragend, als kwaa-kwaa-kwaa-kwah, en een lang, schor gesnor. Roept vooral 's avonds en 's nachts, en in het regenseizoen het meest.
Opname: Jacob Guachisaca Salínas — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18–20 cm. Gezicht, hals, borst en buik zijn leigrijs. De bovendelen zijn effen olijfbruin. Flanken, achterbuik en onderstaartdekveren zijn zwart met smalle witte dwarsbanden. De korte, vrij dikke snavel is groengeel met een helderrode vlek aan de basis van boven- en ondersnavel. Het oog is rood, de poten koraalrood. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met een bruinere borst en een donkerder snavel zonder duidelijk rood. Vliegt kort en laag, met hangende poten.
Verwarringssoorten
De soraral Porzana carolina is iets groter, met een zwart gezicht en keel bij volwassen vogels, een gele snavel zonder rood en wit gestreepte bovendelen. De amazonedwergral Laterallus exilis is kleiner, met een kastanjebruine nek en gebande vleugeldekveren. De witkeeldwergral Laterallus albigularis heeft een witte keel, een roodbruine borst en een donkere snavel. De effen bosral Amaurolimnas concolor is groter en geheel warm bruin.
Leefgebied
Natte en overstroomde graslanden, rijstvelden, ondiepe moerassen met gras en bies, sloten en vochtige weiden, vooral in het laagland en de lagere heuvels. Komt ook voor in tijdelijk natte terreinen. Foerageert aan de rand van de vegetatie en op modderige plekken op insecten, wormen, slakken en zaden. Het nest is een kom van gras en bladeren op of vlak boven de grond in dichte vegetatie.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in Costa Rica en Panama, schaars en plaatselijk. In Costa Rica vooral aan de Pacifische kant, in Guanacaste en in het zuiden van Puntarenas, en plaatselijk in de Centrale Vallei; in Panama verspreid, onder meer in Bocas del Toro, Coclé en rond het Panamakanaal. Aanwezigheid wisselt van jaar tot jaar en de soort wordt waarschijnlijk vaak gemist. Buiten het gidsgebied in een groot deel van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot Argentinië, en op de Galápagos.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Rijstvelden en natte weiden in het zuidwesten van Costa Rica bieden de beste kans, vooral in de schemering en bij regen, als de vogels aan de rand van de vegetatie verschijnen. De kwakende roep verraadt de soort meestal eerder dan het zicht.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied in Zuid-Amerika. In Costa Rica en Panama is ze schaars en plaatselijk; rijstvelden en ander nat cultuurland bieden er leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Mustelirallus erythrops | (Sclater, 1867) (GBIF: Neocrex erythrops)
Sclater beschreef de soort in 1867 als Porzana erythrops; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mustelirallus werd in 1858 ingevoerd door Bonaparte. Mustelirallus combineert Latijn mustela 'wezel' met Rallus 'ral', naar de wezelachtige kleur en het sluipende gedrag. erythrops is Grieks, van eruthros 'rood' en ōps 'gezicht, oog', naar de rode ogen en de rode snavelbasis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lima, Peru.



