Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Roodrugwinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roodrugwinterkoning | Campylorhynchus capistratus

Rufous-backed Wren | Cucarachero dorsirrufo

De roodrugwinterkoning is een middelgrote Campylorhynchus met een zwarte kruin, een witte wenkbrauwstreep en een helder roodbruine rug. Hij is een van de bekendste vogels van het Pacifische droogbos van Midden-Amerika. Hij werd lang als vorm van één wijdverbreide soort beschouwd, die nu is opgesplitst in drie soorten.

Roodrugwinterkoning (Campylorhynchus capistratus)
Foto: Gerrit van Dorp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luide, ritmische en zangerige frasen, vaak in duet tussen de partners, en schorre, raspende roepen.

Luister: DuetXC453135

Opname: Beatrix Saadi-Varchmin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm. Kruin en oogstreep zwart, brede witte wenkbrauwstreep. Nek en rug helder roodbruin, op de onderrug met wat zwarte en witte tekening. Vleugels en staart met zwarte banden. Onderdelen witachtig tot vaal okerwit. Snavel vrij lang en licht gebogen.

Verwarrings­soorten

Tot voor kort werden de veracruzwinterkoning Campylorhynchus rufinucha, de sclaters winterkoning Campylorhynchus humilis en de roodrugwinterkoning Campylorhynchus capistratus als één soort beschouwd; hun verspreidingsgebieden overlappen niet, zodat de vindplaats de beste aanwijzing is. De acaciawinterkoning Thryophilus pleurostictus leeft in hetzelfde droogbos, maar is kleiner, heeft een bruine kruin en zwarte banden op de flanken.

Leefgebied

Pacifisch droogbos, doornstruweel, galerijbos, weilanden met bomen en tuinen, vooral in het laagland en in droge binnendalen. Zoekt in paren of kleine groepen naar insecten en spinnen. Bouwt een bolvormig nest in een boom of struik, vaak in een doornige acacia.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische laaglanden en droge binnendalen van Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in het droogbos van Guanacaste in Costa Rica, bijvoorbeeld in Palo Verde en Santa Rosa; de luide duetten zijn vaak het eerste teken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in droogbos en halfopen terrein, ook in door de mens veranderd landschap.

Wetenschappelijke naam

Campylorhynchus capistratus | (Lesson, 1842)

Lesson beschreef de soort in 1842 als Picolaptes capistrata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Campylorhynchus werd in 1824 ingevoerd door Spix. Campylorhynchus is Grieks, van kampulos 'gebogen' en rhunkhos 'snavel', naar de licht gebogen snavel. capistratus is Latijn voor 'met een halster, gemaskerd' (van capistrum 'halster'), naar de donkere oogstreep in het witte gezicht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit El Realejo, Nicaragua.