Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Roodbuikspotlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roodbuikspotlijster | Toxostoma crissale

Crissal Thrasher | Cuitlacoche crisal

De roodbuikspotlijster is een grote, egaal grijsbruine spotlijster met een lange, sterk gebogen snavel en roodbruine onderstaartdekveren, waaraan hij zijn naam dankt. Hij leeft verborgen in dicht struweel van droge streken en zoekt zijn voedsel vooral op de grond. In het gidsgebied komt hij voor in het noorden en midden van Mexico.

Roodbuikspotlijster (Toxostoma crissale)
Foto: Toxostoma_crissale.jpg: John J. Mosesso, NBII derivative work: Mikenorton (talk) — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange reeks heldere, gevarieerde frasen, die meestal één- of tweemaal worden herhaald, minder vaak dan bij de spotlijster. De roep is een herhaald, rollend tsjiedorie of pitsjoerie.

Luister: ZangXC1080768

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

28–31 cm. Groot en slank, met een lange staart en een lange, sterk gebogen zwarte snavel. Bovendelen egaal grijsbruin, onderdelen iets lichter grijs, zonder vlekken. Keel wit met een smalle donkere baardstreep aan weerszijden. Onderstaartdekveren diep roodbruin, goed zichtbaar wanneer de vogel de staart opsteekt. Iris lichtgeel tot strokleurig. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De krombekspotlijster Toxostoma curvirostre heeft een kortere, minder sterk gebogen snavel, een oranje iris, een vaag gevlekte borst en geen roodbruine onderstaart. De woestijnspotlijster Toxostoma lecontei is veel bleker zandkleurig, met een donkere staart en een lichte onderstaart, en leeft in open, kale woestijn. De cactusspotlijster Toxostoma bendirei is kleiner, met een kortere, bijna rechte snavel en fijne pijlvormige vlekjes op de borst.

Leefgebied

Dicht struweel van mesquite en ander doornig gewas langs droge rivierbeddingen en arroyos, oeverbegroeiing in woestijngebied en, hoger op, struweel van jeneverbes en eik op droge hellingen, tot ongeveer 2000 m. Blijft meestal in of onder de struiken en loopt liever weg dan dat hij vliegt. Wroet met de snavel in strooisel en losse grond naar insecten, spinnen en larven, en eet ook bessen en zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden en midden van Mexico. In het gidsgebied in het noordoosten van Baja California (de delta van de Colorado), in Sonora en verder over de hoogvlakte van Chihuahua, Coahuila, Durango, Zacatecas, San Luis Potosí en Nuevo León zuidwaarts tot ongeveer Hidalgo.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden in de vroege ochtend in het broedseizoen, wanneer mannetjes vanaf een struiktop zingen; buiten die tijd vooral te ontdekken aan het geritsel in het strooisel onder dicht struweel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk vrij algemeen, maar door zijn verborgen leefwijze weinig opgemerkt. Het verdwijnen van oeverstruweel en mesquitebosjes door ontginning en waterwinning vormt het belangrijkste knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Toxostoma crissale | Henry, 1858

Henry beschreef de soort in 1858 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Toxostoma werd in 1831 ingevoerd door Wagler. Toxostoma is Grieks, van toxon 'boog' en stoma 'mond', naar de lange, gebogen snavel. crissale komt van crissum, de onderstaartdekveren rond de anus, naar de opvallend roestrode onderstaart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Thorn, New Mexico.